Language of document :

Arrest van het Gerecht van 27 juni 2019 – Hongarije/Commissie

(Zaak T-20/17)1

(„Staatssteun – Hongaarse belasting op de omzet uit de verspreiding van advertenties – Progressiviteit van de belastingtarieven – Aftrek van 50 % van de overgedragen verliezen van de belastinggrondslag voor ondernemingen die in 2013 niet winstgevend waren – Besluit waarbij de steunmaatregelen onverenigbaar worden verklaard met de interne markt en waarbij de terugvordering ervan wordt gelast – Begrip staatssteun – Voorwaarde van selectiviteit”)

Procestaal: Hongaars

Partijen

Verzoekende partij: Hongarije (vertegenwoordigers: M.-Z. Fehér, G. Koós en E.-Zs. Tóth, gemachtigden)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: V. Bottka en P.-J. Loewenthal, gemachtigden)

Interveniënte aan de zijde van de verzoekende partij: Republiek Polen (vertegenwoordigers: B. Majczyna, M. Rzotkiewicz en A. Kramarczyk-Szaładzińska, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek krachtens artikel 263 VWEU tot nietigverklaring van besluit (EU) 2017/329 van de Commissie van 4 november 2016 betreffende steunmaatregel SA.39235 (2015/C) (ex NN/2015) ten uitvoer gelegd door Hongarije inzake de belasting op advertentieomzet (PB 2017, L 49, blz. 36)

Dictum

Besluit (EU) 2017/329 van de Commissie van 4 november 2016 betreffende steunmaatregel SA.39235 (2015/C) (ex NN/2015) ten uitvoer gelegd door Hongarije inzake de belasting op advertentieomzet, wordt nietig verklaard.

De Europese Commissie draagt haar eigen kosten, alsook die van Hongarije, daaronder begrepen de kosten van de procedure in kort geding.

De Republiek Polen draagt haar eigen kosten.

____________

1     PB C 78 van 13.3.2017.