Language of document :

Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 28 februari 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Arbeits- und Sozialgericht Wien - Oostenrijk) – BUAK Bauarbeiter-Urlaubs- u. Abfertigungskasse / Gradbeništvo Korana d.o.o.

(Zaak C-579/17)1

[Prejudiciële verwijzing – Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken – Verordening (EU) nr. 1215/2012 – Artikel 1, lid 1 – Werkingssfeer – Burgerlijke en handelszaken – Artikel 1, lid 2 – Uitgesloten zaken – Sociale zekerheid – Artikel 53 – Verzoek tot afgifte van het certificaat waaruit blijkt dat de door het gerecht van oorsprong gegeven beslissing uitvoerbaar is – Uitspraak betreffende een vordering inzake toeslagen op vakantiegeld die een socialezekerheidsorgaan uit hoofde van de detachering van werknemers heeft op een werkgever – Uitoefening van een rechtsprekende activiteit door het gerecht waarbij de zaak aanhangig is gemaakt]

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Arbeits- und Sozialgericht Wien

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: BUAK Bauarbeiter-Urlaubs- u. Abfertigungskasse

Verwerende partij: Gradbeništvo Korana d.o.o.

Dictum

Artikel 1 van verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken moet aldus worden uitgelegd dat een vordering tot betaling van een schuld bestaande uit toeslagen voor de uitkering van vakantiegeld die een collectief publiekrechtelijk orgaan heeft jegens een werkgever uit hoofde van de detachering in een lidstaat van werknemers die daar niet hun vaste werkplek hebben of in het kader van een terbeschikkingstelling in deze lidstaat van arbeidskrachten, dan wel jegens buiten deze lidstaat gevestigde werkgevers uit hoofde van de tewerkstelling van werknemers die hun vaste werkplek in deze lidstaat hebben, onder het toepassingsgebied van deze verordening valt mits de nadere regels voor de geldendmaking van deze vordering niet afwijken van de regels van gemeen recht en met name de aangezochte rechter de mogelijkheid niet ontnemen om de juistheid te toetsen van de gegevens waarop de vaststelling van deze vordering berust, hetgeen de verwijzende rechter dient na te gaan.

____________

1 PB C 424 van 11.12.2017.