Language of document :

Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door Înalta Curte de Casaţie şi Justiţie (Roemenië) op 10 augustus 2021 – WA / Direcţia pentru Evidenţa Persoanelor şi Administrarea Bazelor de Date din Ministerul Afacerilor Interne

(Zaak C-491/21)

Procestaal: Roemeens

Verwijzende rechter

Înalta Curte de Casaţie şi Justiţie

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: WA

Verwerende partij: Direcţia pentru Evidenţa Persoanelor şi Administrarea Bazelor de Date din Ministerul Afacerilor Interne

Prejudiciële vraag

Moeten artikel 26, lid 2, VWEU, artikel 20, artikel 21, lid 1, en artikel 45, lid 1, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie alsmede de artikelen 4, 5 en 6 van richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG1 , aldus worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan een nationale regeling die niet toestaat dat een identiteitskaart die binnen de Europese Unie als reisdocument kan dienen, aan een onderdaan van een lidstaat wordt verstrekt omdat hij zijn woonplaats in een andere lidstaat heeft gevestigd?

____________

1 PB 2004, L 158, blz. 77.