Language of document :

Hogere voorziening ingesteld op 4 maart 2015 door Konstantinos Mallis en Elli Konstantinou Malli tegen de beschikking van het Gerecht (Eerste kamer) van 16 oktober 2014 in zaak T-327/13, Mallis en Malli/Commissie en Europese Centrale Bank

(Zaak C-105/15 P)

Procestaal: Grieks

Partijen

Rekwiranten: Konstantinos Mallis en Elli Konstantinou Malli (vertegenwoordigers: E. Efstathiou, K. Efstathiou en K. Liasidou, advocaten)

Andere partijen in de procedure: Europese Commissie, Europese Centrale Bank

Conclusies

vernietiging van het bestreden arrest;

vernietiging van het oordeel van het Gerecht tot aanvaarding van de exceptie van niet-ontvankelijkheid, met name het oordeel dat „een verklaring van de Eurogroep [...] niet [kan] worden beschouwd als een handeling die ertoe strekt rechtsgevolgen teweeg te brengen ten aanzien van derden” en dientengevolge jegens rekwiranten en dat de Eurogroep met de bestreden verklaring „zeer in het algemeen een overzicht [heeft] gegeven van bepaalde maatregelen die op politiek vlak waren overeengekomen met de Republiek Cyprus”;

vernietiging van het bestreden arrest waarbij de waardevermindering van de deposito’s aan de Republiek Cyprus is toegerekend, zonder dat de Eurogroep, verweersters of deze laatste via de Eurogroep een enkele gedraging, handeling of besluit wordt verweten;

vernietiging van de verwijzing van rekwiranten in de proceskosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van hun hogere voorziening voeren rekwiranten vier middelen aan.

    1. Het bestreden arrest is ontoereikend gemotiveerd en is gewezen op grond van een onjuiste uitlegging van de feiten en het recht met betrekking tot de instelling die daadwerkelijk het besluit over de waardevermindering van de deposito’s („bail in”) heeft vastgesteld.

    2. Het bestreden arrest is gewezen in strijd met de algemene rechtsbeginselen, aangezien het Gerecht het feit verkeerd heeft opgevat dat het litigieuze besluit van de Eurogroep, ongeacht de soort en de vorm die het heeft aangenomen, in casu een handeling was waartegen bij beroep tot nietigverklaring kon worden opgekomen.

    3. Het bestreden arrest is gebrekkig doordat het Gerecht in zijn onderzoek is voorbijgegaan aan de rechtsbetrekking en feitelijke verhouding tussen de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en de Eurogroep, en aan het feit dat de handelingen van de Eurogroep, uit hoofde van het beginsel van Legal Causation en het criterium van de daadwerkelijk verantwoordelijke, handelingen van de Europese Centrale Bank en de Europese Commissie vormden, die eveneens overeenkomstig het Verdrag en de protocollen van de Europese Unie en het secundaire en afgeleide recht hadden moeten optreden.

Dientengevolge heeft het Gerecht de kern van de argumenten en het geschil van rekwiranten niet onderzocht, zodat het beroep tot nietigverklaring ten onrechte is afgewezen.

    4. Na toewijzing van de hogere voorziening moeten rekwiranten niet worden verwezen in de kosten van de onderhavige procedure noch in die van de procedure in eerste aanleg.