Language of document :

Arrest van het Hof (Derde kamer) van 25 april 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de High Court of Ireland - Ierland) - Thomas Hogan e.a. / Minister for Social and Family Affairs e.a.

(Zaak C-398/11)

(Prejudiciële verwijzing - Sociale politiek - Harmonisatie van wetgevingen - Bescherming van werknemers bij insolventie van werkgever - Richtlijn 2008/94/EG - Werkingssfeer - Voor een of meer bedrijfstakken geldende aanvullende stelsels van sociale voorzieningen - "Kostenbalans"-regeling met toegezegde uitkeringen - Onvoldoende middelen - Minimumniveau van bescherming - Economische crisis - Evenwichtige economische en sociale ontwikkeling - Verplichtingen van betrokken lidstaat wanneer middelen ontoereikend zijn - Aansprakelijkheid van lidstaat voor onjuiste omzetting)

Procestaal: Engels

Verwijzende rechter

High Court of Ireland (Ierland)

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: Thomas Hogan, John Burns, John Dooley, Alfred Ryan, Michael Cunningham, Michael Dooley, Denis Hayes, Marion Walsh, Joan Power, Walter Walsh

Verwerende partijen: Minister for Social and Family Affairs, Ierland, Attorney General

Voorwerp

Verzoek om een prejudiciële beslissing - High Court of Ireland - Uitlegging van artikel 1, lid 1, en artikel 8 van richtlijn 2008/94/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever (gecodificeerde versie) (PB L 283, blz. 36) - Voor een of meer bedrijfstakken geldende aanvullende stelsels van sociale voorzieningen - Ontoereikende middelen van deze stelsels - Nationale wettelijke regeling die niet voorziet in een rechtsgrondslag op basis waarvan werknemers van hun werkgever schadevergoeding kunnen verkrijgen na insolventie van de onderneming - Verplichting van de betrokken lidstaat om de nodige maatregelen tot bescherming van de belangen van de werknemers vast te stellen - Elementen die de nationale rechter in aanmerking moet nemen bij de beoordeling of deze verplichting is nagekomen

Dictum

Richtlijn 2008/94/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever moet aldus worden uitgelegd dat zij van toepassing is op de rechten van gewezen werknemers op ouderdomsuitkeringen uit een door hun werkgever ingesteld aanvullend stelsel van sociale voorzieningen.

Artikel 8 van richtlijn 2008/94 moet aldus worden uitgelegd dat bij de vaststelling of een lidstaat aan de in dit artikel bedoelde verplichting heeft voldaan, geen rekening mag worden gehouden met de uitkeringen van overheidspensioen.

Artikel 8 van richtlijn 2008/94 moet aldus worden uitgelegd dat het reeds van toepassing is wanneer het voor een of meer bedrijfstakken geldend aanvullend stelsel van sociale voorzieningen onvoldoende is gefinancierd op het tijdstip waarop de werkgever in staat van insolventie verkeert en de werkgever, wegens zijn insolventie, niet over de middelen beschikt die noodzakelijk zijn om voldoende bij te dragen aan dit stelsel teneinde ervoor te zorgen dat de begunstigden ervan hun volledige pensioenuitkeringen ontvangen. Deze begunstigden hoeven niet aan te tonen dat andere factoren ten grondslag liggen aan het verlies van hun rechten op ouderdomsuitkeringen.

Richtlijn 2008/94 moet aldus worden uitgelegd dat de door Ierland na het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 25 januari 2007, Robins e.a. (C-278/05), vastgestelde maatregelen niet voldoen aan de door deze richtlijn opgelegde verplichtingen, en dat de economische situatie van de betrokken lidstaat niet zo uitzonderlijk is dat zij kan rechtvaardigen dat een lager beschermingsniveau geldt voor de belangen van de werknemers met betrekking tot hun rechten op ouderdomsuitkeringen uit hoofde van een voor een of meer bedrijfstakken geldend aanvullend stelsel van sociale voorzieningen.

Richtlijn 2008/94 moet aldus worden uitgelegd dat het feit dat de door Ierland na het reeds aangehaalde arrest Robins e.a. getroffen maatregelen er niet toe hebben geleid dat verzoekers in het hoofdgeding meer dan 49 % ontvangen van de waarde van de door hen opgebouwde rechten op ouderdomsuitkeringen uit hoofde van een voor een of meer bedrijfstakken geldend aanvullend stelsel van sociale voorzieningen, als zodanig een gekwalificeerde schending van de op deze lidstaat rustende verplichtingen oplevert.

____________

1 - PB C 290 van 1.10.2011.