Language of document :

Arrest van het Hof (Grote kamer) van 6 november 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het Oberverwaltungsgericht Berlin - Brandenburg - Duitsland) – Sebastian W. Kreuziger / Land Berlin

(Zaak C-619/16)1

(Prejudiciële verwijzing – Sociale politiek – Organisatie van de arbeidstijd – Richtlijn 2003/88/EG – Artikel 7 – Recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon – Nationale regeling op grond waarvan de werknemer niet-opgenomen jaarlijkse vakantie en de financiële vergoeding hiervoor verliest indien hij geen aanvraag voor vakantie heeft ingediend vóór de beëindiging van het dienstverband)

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Oberverwaltungsgericht Berlin-Brandenburg

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Sebastian W. Kreuziger

Verwerende partij: Land Berlin

Dictum

Artikel 7 van richtlijn 2003/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, voor zover deze regeling impliceert dat de werknemer die vóór het tijdstip van de beëindiging van het dienstverband niet heeft verzocht om zijn recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon te mogen uitoefenen, automatisch de dagen jaarlijkse vakantie met behoud van loon waarop hij krachtens het Unierecht bij deze beëindiging recht had, alsmede zijn daarmee verbonden recht op een financiële vergoeding voor de niet-opgenomen jaarlijkse vakantie met behoud van loon, verliest en wel zonder dat voorafgaandelijk wordt nagegaan of de werkgever die werknemer – met name door het verstrekken van adequate informatie – daadwerkelijk in de gelegenheid heeft gesteld om zijn recht op vakantie vóór die beëindiging uit te oefenen.

____________

1 PB C 38 van 6.2.2017.