Language of document :

Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 23 januari 2014 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunale di Tivoli - Italië) – Enrico Petillo, Carlo Petillo/Unipol

(Zaak C-371/12)1

(Verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven – Richtlijnen 72/166/EEG, 84/5/EEG, 90/232/EEG, 2009/103/EEG – Verkeersongeval – Immateriële schade – Vergoeding – Nationale bepalingen houdende bijzondere berekeningswijze in geval van verkeersongevallen die voor slachtoffers minder gunstig is dan berekening krachtens wettelijkeaansprakelijkheidsstelsel naar gemeen burgerlijk recht – Verenigbaarheid met richtlijnen)

Procestaal: Italiaans

Verwijzende rechter

Tribunale di Tivoli

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: Enrico Petillo, Carlo Petillo

Verwerende partij: Unipol

Voorwerp

Verzoek om een prejudiciële beslissing – Tribunale di Tivoli – Uitlegging van richtlijn 72/166/EEG van de Raad van 24 april 1972 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid (PB L 103, blz. 1), richtlijn 84/5/EEG van de Raad van 30 december 1983 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven (PB 1984, L 8, blz. 17), richtlijn 90/232/EEG van de Raad van 14 mei 1990 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven (PB L 129, blz. 33) en richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid (PB L 263, blz. 11) – Verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid motorrijtuigen – Vaststelling van door verzekering verplicht te dekken schade – Nationale regeling krachtens welke vergoeding van immateriële schade in geval van verkeersongevallen lager is dan krachtens gemeen burgerlijk recht

Dictum

Artikel 3, lid 1, van richtlijn 72/166/EEG van de Raad van 24 april 1972 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid, en artikel 1, leden 1 en 2, van de Tweede richtlijn (84/5/EEG) van de Raad van 30 december 1983 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven, zoals gewijzigd bij richtlijn 2005/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005, moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een nationale wettelijke regeling, zoals in het hoofdgeding aan de orde, die een bijzonder stelsel inhoudt voor de vergoeding van immateriële schade die voortvloeit uit lichte verwondingen ten gevolge van verkeersongevallen op de weg en waarin de vergoeding van deze schade is beperkt ten opzichte van de vergoeding die kan worden toegewezen voor identieke schade die voortvloeit uit andere oorzaken dan ongevallen.

____________

1 PB C 295 van 29.9.2012.