Language of document :

Arrest van het Hof (Grote kamer) van 24 september 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberverwaltungsgericht Berlin-Brandenburg - Duitsland) – Leyla Ecem Demirkan / Bundesrepublik Deutschland

(Zaak C-221/11)1

(Associatieovereenkomst EEG-Turkije – Aanvullend protocol – Artikel 41, lid 1 – Standstillclausule – Visumplicht voor toegang tot lidstaat – Vrij verrichten van diensten – Recht van Turks staatsburger om zich naar lidstaat te begeven om er familielid te bezoeken en om er potentieel diensten te ontvangen)

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Oberverwaltungsgericht Berlin-Brandenburg

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Leyla Ecem Demirkan

Verwerende partij: Bundesrepublik Deutschland

Voorwerp

Verzoek om een prejudiciële beslissing – Oberverwaltungsgericht Berlin-Brandenburg – Uitlegging van artikel 41, lid 1, van het aanvullend protocol van 23 november 1970 bij de overeenkomst waarbij een associatie tot stand is gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije en betrekking hebbende op de voor de inwerkingtreding ervan te treffen maatregelen (PB 1972, L 293, blz. 4) – Uitlegging van het begrip „vrij verrichten van diensten” in deze bepaling – Eventuele omvatting van de „passieve” vrijheid van dienstverrichting – Recht van een Turks staatsburger om zich naar een lidstaat te begeven om er een familielid te bezoeken en om er hypothetisch diensten te ontvangen

Dictum

Het begrip „vrij verrichten van diensten” in artikel 41, lid 1, van het aanvullend protocol, op 23 november 1970 te Brussel ondertekend, en namens de Gemeenschap gesloten, goedgekeurd en bevestigd bij verordening (EEG) nr. 2760/72 van de Raad van 19 december 1972, moet in die zin worden uitgelegd dat het niet de vrijheid van Turkse staatsburgers omvat om zich als ontvangers van diensten naar een lidstaat te begeven om daar een dienst te ontvangen.

____________

____________

1 PB C 232 van 6.8.2011.