Language of document :

Beroep ingesteld op 26 september 2019 – Nike European Operations Netherlands en Converse Netherlands/Commissie

(Zaak T-648/19)

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partijen: Nike European Operations Netherlands BV (Hilversum, Nederland) en Converse Netherlands BV (Amsterdam, Nederland) (vertegenwoordigers: R. Martens en D. Colgan, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie

Conclusies

vernietiging in zijn geheel van het bestreden besluit van de Commissie van 10 januari 2019 tot inleiding van de formele onderzoeksprocedure ten aanzien van steunmaatregelen van de staten SA.51284 (2018/NN) – Nederland – Mogelijke staatssteun voor Nike1 ; en

verwijzing van de Commissie in alle kosten van de onderhavige procedure.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van hun beroep voeren de verzoekende partijen drie middelen aan.

Eerste middel: schending van artikel 107, lid 1, en artikel 108, lid 2, VWEU, artikel 1, onder d) en e), en artikel 6, van verordening (EU) 2015/1589 van de Raad van 13 juli 20152 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 VWEU, artikel 41, leden 1 en 2, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het beginsel van behoorlijk bestuur en het beginsel van gelijke behandeling, door het recht onjuist toe te passen bij de voorlopige beoordeling van het steunkarakter van de bestreden maatregelen.

Tweede middel: schending van artikel 107, lid 1, artikel 108, lid 2, en artikel 296, lid 2, VWEU, artikel 41, lid 1, en artikel 41, lid 2, onder c), van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 6, lid 1, van verordening (EU) 2015/1589 van de Raad van 13 juli 2015 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 VWEU, door ontoereikend te motiveren dat de bestreden maatregelen aan alle elementen van staatssteun voldoen, met name waarom zij als selectief moeten worden beschouwd.

Derde middel: schending van artikel 296, lid 2, VWEU, artikel 41, lid 1, en artikel 41, lid 2, onder c), van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 6, lid 1, en artikel 7, lid 1, van verordening (EU) 2015/1589 van de Raad van 13 juli 2015 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 VWEU door voortijdig een formele onderzoeksprocedure in te leiden en door ontoereikend te motiveren dat er sprake is van staatssteun terwijl er geen moeilijkheden waren om het vooronderzoek voort te zetten.

____________

1 PB 2019, C 226, blz. 31.

2 Verordening (EU) 2015/1589 van de Raad van 13 juli 2015 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PB 2015, L 248, blz. 9).