Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Amtsgericht Hamburg (Duitsland) op 22 januari 2021 – flightright GmbH / Ryanair DAC, voorheen Ryanair Ltd

(Zaak C-37/21)

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Amtsgericht Hamburg

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: flightright GmbH

Verwerende partij: Ryanair DAC, voorheen Ryanair Ltd

Prejudiciële vragen

Vormt een uitstel van startklaring door de luchtverkeersleiding reeds als zodanig een buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5, lid 3, van verordening nr. 261/20041 of moet deze vraag ontkennend worden beantwoord, daar een uitstel van startklaring door de luchtverkeersleiding, ook wel „slot delay” genoemd, in het luchtvervoer geen gebeurtenis is „buiten het gewone om”, maar daarentegen een gebeurtenis die hoort bij de gebruikelijke en te verwachten processen en algemene omstandigheden van het internationale luchtvervoer, aangezien het gaat om een gebeurtenis die inherent is aan de normale bedrijfsuitoefening van luchtvaartmaatschappijen?

Is het een voor de rechter reeds algemeen bekend feit dat door de luchtverkeersleiding opgelegde „slot delays” in het internationale luchtvervoer niet te beschouwen zijn als „omstandigheden buiten het gewone om” in de zin van de rechtspraak van het Hof, maar als gewone, gebruikelijke en te verwachten gebeurtenissen die samenhangen met het luchtvervoer, of moet dit in het kader van het geding worden bewezen door middel van deskundigenonderzoek, welk bewijs alleen zou worden geleverd wanneer „slot delays” zich hoogst zelden en niet regelmatig voordoen in het internationale luchtvervoer?

Kunnen door de luchtverkeersleiding opgelegde „slot delays” alleen worden aangemerkt als een buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5, lid 3, van verordening nr. 261/2004 wanneer deze „slot delays” op hun beurt voortvloeien uit omstandigheden die kunnen worden aangemerkt als buitengewoon in de zin van artikel 5, lid 3, van die verordening, zoals bijvoorbeeld een ongeval of een terreurdreiging, en dus niet wanneer zij berusten op voor het tijdstip en de plaats van de gebeurtenis gebruikelijke weersomstandigheden die tijdelijke gevolgen hebben voor het luchtvervoer?

Kunnen ongunstige weersomstandigheden als gevolg waarvan een „slot delay” wordt opgelegd, met name alleen worden aangemerkt als een buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5, lid 3, van verordening nr. 261/2004 wanneer deze ongunstige weersomstandigheden op hun beurt als buitengewoon kunnen worden aangemerkt, [dat wil zeggen] wanneer deze ongunstige weersomstandigheden op de betrokken plaats en op het betrokken tijdstip op hun beurt een gebeurtenis „buiten het gewone om” zijn en niet behoren tot de „gebruikelijke en te verwachten weersomstandigheden” op de betrokken plaats en op het betrokken tijdstip, maar „zich daarvan onderscheiden”?

Moeten ongunstige weersomstandigheden die op een bepaalde plaats en op een bepaald tijdstip niet buitengewoon zijn en die zich niet onderscheiden van de gebruikelijke en de te verwachten weersomstandigheden op een bepaalde plaats en op een bepaald tijdstip, worden beschouwd als omstandigheden die inherent zijn aan de normale bedrijfsuitoefening van luchtvaartmaatschappijen en aan de algemene omstandigheden van het luchtvervoer in de zin van de uitlegging die het Hof geeft aan artikel 5, lid 3, van verordening nr. 261/2004?

____________

1     Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 295/91 (PB 2004, L 46, blz. 1).