Arrest van het Hof (Grote kamer) van 29 januari 2009 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door het Landesarbeitsgericht Düsseldorf - Duitsland, het House of Lords - Verenigd Koninkrijk) - Gerhard Schultz-Hoff (C-350/06) / Deutsche Rentenversicherung Bund; Stringer e.a. (C-520/06) / Her Majesty's Revenue and Customs

(Zaak C-350/06 en C-520/06)1

(Arbeidsvoorwaarden - Organisatie van arbeidstijd - Richtlijn 2003/88/EG - Recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon - Ziekteverlof - Jaarlijkse vakantie samenvallend met ziekteverlof - Vergoeding voor aan eind van overeenkomst wegens ziekte niet opgenomen jaarlijkse vakantie met behoud van loon)

Procestaal: Duits en Engels

Verwijzende rechter

Landesarbeitsgericht Düsseldorf, House of Lords

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: Gerhard Schultz-Hoff (C-350/06), Stringer e.a. (C-520/06)

Verwerende partijen: Deutsche Rentenversicherung Bund (C-350/06), Her Majesty's Revenue and Customs (C-520/06)

Voorwerp

Verzoeken om een prejudiciële beslissing - Landesarbeitsgericht Düsseldorf, House of Lords - Uitlegging van artikel 7, lid 1, van richtlijn 2003/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd (PB L 299, blz. 9) - Recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon indien aan volgende voorwaarden is voldaan: daadwerkelijke aanwezigheid op het werk, behoud van arbeidsgeschiktheid tijdens vakantie, uitoefening kan niet worden uitgesteld tot na uiterste datum in daaraanvolgend jaar - Recht van werknemer met ziekteverlof voor onbepaalde tijd, om tijdens deze periode vakantie op te nemen - Recht van werknemer die tijdens een langdurig ziekteverlof is ontslagen, op financiële vergoeding van de niet-opgenomen vakantie in de referentieperiode

Dictum

Artikel 7, lid 1, van richtlijn 2003/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd moet aldus worden uitgelegd dat het niet in de weg staat aan nationale bepalingen of gebruiken volgens welke een werknemer met ziekteverlof geen recht heeft om jaarlijkse vakantie met behoud van loon op te nemen tijdens een periode van ziekteverlof.

Artikel 7, lid 1, van richtlijn 2003/88 moet aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan nationale bepalingen of gebruiken volgens welke het recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon vervalt aan het einde van de referentieperiode en/of van een naar nationaal recht vastgestelde overdrachtsperiode, ook wanneer de werknemer tijdens de gehele referentieperiode of een deel ervan met ziekteverlof is geweest en zijn arbeidsongeschiktheid heeft voortgeduurd tot het einde van zijn arbeidsverhouding, waardoor hij geen gebruik heeft kunnen maken van zijn recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon.

Artikel 7, lid 2, van richtlijn 2003/88 moet aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan nationale bepalingen of gebruiken volgens welke aan het einde van de arbeidsverhouding geen financiële vergoeding wegens niet opgenomen jaarlijkse vakantie met behoud van loon wordt betaald aan de werknemer die tijdens de gehele referentieperiode en/of overdrachtsperiode dan wel een deel ervan met ziekteverlof is geweest, waardoor hij geen gebruik heeft kunnen maken van zijn recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon. Voor de berekening van de financiële vergoeding is het normale salaris van de werknemer, te weten het salaris dat moet worden doorbetaald tijdens de rustperiode overeenkomend met de jaarlijkse vakantie met behoud van loon, eveneens bepalend.

____________

1 - PB C 281 van 18.11.2006. PB C 56 van 10.3.2007.