Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Tweede kamer) van 10 mei 2011 – Barthel, Reiffers en Massez / Hof van Justitie

(Zaak F-59/10)1

(Openbare dienst – Procesincidenten – Exceptie van niet-ontvankelijkheid – Te laat ingediende klacht – Niet-ontvankelijkheid)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partijen: Yvette Barthel (Aarlen, België), Marianne Reiffers (Olm, Luxemburg) en Lieven Massez (Luxemburg, Luxemburg) (vertegenwoordigers: S. Orlandi, A. Coolen, J.-N. Louis, É. Marchal, advocaten)

Verwerende partij: Hof van Justitie (vertegenwoordiger: A. V. Placco, gemachtigde)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit van het Hof van Justitie houdende afwijzing van verzoekers’ verzoek om in aanmerking te komen voor de toeslag voor continu- of ploegendienst voorzien in artikel 1, eerste streepje, van verordening (EGKS, EEG, Euratom) nr. 300/76 van de Raad van 9 februari 1976 tot vaststelling van de categorieën van begunstigden, de voorwaarden voor toekenning en de hoogte van de toeslagen die kunnen worden toegekend aan ambtenaren die hun werkzaamheden verrichten in het kader van een continu- of ploegendienst (PB L 38, blz. 1)

Dictum

Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Het Hof van Justitie van de Europese Unie zal zijn eigen kosten dragen en die van verzoekers.

____________

1 PB C 260 van 25.9.2010, blz. 28.