BESCHIKKING VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN
VAN DE EUROPESE UNIE

(Derde kamer)

30 april 2014

Zaak F‑88/13

Desislava Kolarova

tegen

Uitvoerend Agentschap onderzoek (REA)

„Openbare dienst – Personeel van het Uitvoerend Agentschap onderzoek – Procesincidenten – Exceptie van niet-ontvankelijkheid – Bevoegdheden verleend aan het tot het sluiten van aanstellingsovereenkomsten bevoegd gezag – Delegatie aan het Bureau beheer en afwikkeling van de individuele rechten (PMO) – Beroep gericht tegen de besluiten van het PMO – Beroep gericht tegen de delegerende instelling – Kennelijke niet-ontvankelijkheid”

Betreft:      Beroep, ingesteld krachtens artikel 270 VWEU, waarmee Kolarova vraagt om nietigverklaring van het besluit van het hoofd van de eenheid Bezoldigingen en Beheer van individuele financiële rechten van het Bureau beheer en afwikkeling van de individuele rechten (hierna: „PMO 1”) tot afwijzing van haar verzoek om een toelage ten behoeve van haar moeder als persoon die gelijk wordt gesteld met een ten laste komend kind in de zin van artikel 2, lid 4, van bijlage VII bij het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie (hierna: „Statuut”), alsmede om vergoeding van de immateriële schade voortvloeiende uit bepaalde verwijten die het PMO 1 haar bij de behandeling van haar verzoek heeft gemaakt.

Beslissing:      Het beroep wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Kolarova draagt haar eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van het Uitvoerend Agentschap onderzoek.

Samenvatting

Beroepen van ambtenaren – Hoedanigheid van de verwerende partij – Uitvoerend Agentschap onderzoek – Delegatie van bevoegdheden verleend aan het tot het aangaan van aanstellingsovereenkomsten bevoegd gezag – Beroep gericht tegen het delegerend gezag – Niet-ontvankelijkheid

(Ambtenarenstatuut, art. 91 bis)

Wat rechten betreft voor de toewijzing waarvan het Uitvoerend Agentschap onderzoek de uitoefening van de bevoegdheden verleend aan het tot het aangaan van aanstellingsovereenkomsten bevoegd gezag heeft gedelegeerd aan het Bureau beheer en afwikkeling van de individuele rechten (PMO), wijst de toepasselijke regeling, en met name artikel 91 bis van het Statuut, de Commissie aan als verwerende partij indien er beroep tegen een besluit van dat Bureau wordt ingesteld.

Een beroep waarmee een functionaris van het Uitvoerend Agentschap onderzoek wil opkomen tegen een besluit van het PMO is niet-ontvankelijk wanneer het tegen het Agentschap is gericht.

(cf. punten 17 en 18)

Referentie:

Gerecht voor ambtenarenzaken: 12 december 2013, Hall/Commissie en Cepol, F‑22/12, punt 25