Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Supreme Court (Ierland) op 14 januari 2021 – SRS, AA / Minister for Justice and Equality

(Zaak C-22/21)

Procestaal: Engels

Verwijzende rechter

Supreme Court

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: SRS, AA

Verwerende partij: Minister for Justice and Equality

Prejudiciële vragen

Kunnen de bewoordingen „member of the household of an EU citizen” [in de Nederlandse taalversie: „familieleden [...] die inwonen bij de burger van de Unie”], zoals gebruikt in artikel 3 van richtlijn 2004/38/EG1 , zodanig worden gedefinieerd dat dit begrip binnen de gehele Unie uniform kan worden toegepast, en zo ja, hoe luidt die definitie?

Indien dit begrip niet aldus kan worden gedefinieerd, op grond van welke criteria moeten rechters dan de bewijzen beoordelen zodat de nationale rechterlijke instanties aan de hand van een vaste lijst factoren kunnen beslissen wie – wat de vrijheid van verkeer betreft – wél en wie niet deel uitmaakt van de huishouding van een burger van de Unie?    

____________

1 Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun gezinsleden, tot wijziging van verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PB 2004, L 158, blz. 77).