Beroep ingesteld op 23 mei 2007 - R / Commissie

(Zaak F-49/07)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: R (vertegenwoordiger: O. Martins, advocaat)

Verwerende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen

Conclusies

het beroep ontvankelijk te verklaren;

voor zover nodig, nietig te verklaren het besluit van de Commissie van 13 februari 2007 houdende afwijzing van de klacht en de vordering tot schadevergoeding die verzoekster op 8 november 2006 had ingediend alsmede nietig te verklaren het besluit van 19 december 2005;

voor zover nodig, non-existent te verklaren de gehele proeftijd als ambtenaar alsmede alle handelingen die in die omstandigheden tot stand zijn gekomen en/of nietig te verklaren alle voorbereidende en afgeleide handelingen dan wel handelingen die ertoe strekken, de gevolgen te verlengen van het rapport aan het einde van de proeftijd als ambtenaar van 10 januari 2005, en met name het zogenoemde tussenrapport van 11 augustus 2004, de nota van X van 13 april 2005 en het besluit tot herplaatsing van het tot aanstelling bevoegd gezag (TABG) van 3 maart 2005;

voor zover nodig, ten dele nietig te verklaren het rapport aan het einde van de proeftijd als tijdelijk functionaris "onderzoek", zoals afgerond op 18 mei 2004, met betrekking tot het door de beoordelingsautoriteit ingevoegde commentaar;

voor zover nodig, nietig te verklaren de nota van de directeur-generaal van DG ADMIN van 20 juli 2005 houdende afwijzing van het verzoek om bijstand dat verzoekster op 11 november 2004 op basis van artikel 24 van het Statuut had ingediend;

vast te stellen dat de Europese Gemeenschap aansprakelijk is voor alle bestreden besluiten en handelingen en voor de onwettige gedraging van de Commissie jegens verzoekster;

verzoekster in voorkomend geval een schadevergoeding toe te kennen van 2 500 000 EUR;

de Commissie te verwijzen in de kosten;

voor zover nodig, de Commissie te verzoeken mee te werken aan een procedure voor een minnelijke regeling op grond van artikel 7, lid 4, van bijlage I bij het Statuut van het Hof van Justitie.

Middelen en voornaamste argumenten

Verzoekster verwijt de Commissie fouten, nalatigheden en slecht functioneren in het kader van het personeelsbeheer, welke jegens haar een onwettige gedraging opleveren waarvoor die instelling aansprakelijk kan worden gesteld. De Commissie heeft misbruik van bevoegdheid gemaakt en wezenlijke vormvoorschriften, de rechten van de verdediging en de motiveringsplicht geschonden. Bovendien bevatten de bestreden handelingen kennelijke beoordelingsfouten en zijn zij in strijd met artikel 26 van het Statuut alsmede met verordening nr. 45/20011, de zorgplicht, de in artikel 24 van het Statuut bedoelde bijstandsplicht en de beginselen van het recht op ontwikkeling van loopbaan en behoorlijk bestuur. Voorts is verzoekster slachtoffer van psychisch geweld.

____________

1 - Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB 2001, L 8, blz. 1).