Beroep ingesteld op 29 maart 2022 – Koninkrijk Spanje / Raad van de Europese Unie

(Zaak C-224/22)

Procestaal: Spaans

Partijen

Verzoekende partij: Koninkrijk Spanje (vertegenwoordiger: J. Rodríguez de la Rúa Puig, gemachtigde)

Verwerende partij: Raad van de Europese Unie

Conclusies

Verordening (EU) 2022/1101 van de Raad van 27 januari 2022 tot vaststelling, voor 2022, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee nietig verklaren, wat betreft de vaststelling van i) de maximaal toegestane visserij-inspanning voor beugvisserijvaartuigen op Europese heek (Merluccius merluccius) en zeebarbeel (Mullus barbatus) in de Alboránzee, de Balearen, Noord-Spanje en de Golf van Lion (geografische deelgebieden 1, 2, 5, 6 en 7), zoals bepaald in bijlage III, onder c); en ii) de maximale vangstmogelijkheden voor blauwrode diepzeegarnaal (Aristeus antennatus) in de Alboránzee, de Balearen, Noord-Spanje en de Golf van Lion (geografische deelgebieden 1, 2, 5, 6 en 7), zoals vastgesteld in bijlage III, onder e).

De Raad van de Europese Unie verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Eerste middel:

Met betrekking tot de vaststelling van de maximaal toegestane visserij-inspanning voor beugvisserijvaartuigen op Europese heek en zeebarbeel in geografische deelgebieden 1, 2, 5, 6 en 7 worden de volgende argumenten aangevoerd:

Deze vaststelling is niet overeenkomstig de vereisten van artikel 7, lid 5, van verordening (EU) 2019/10221 gemotiveerd, aangezien niet is aangegeven uit welke wetenschappelijke adviezen was afgeleid dat er sprake was van significante vangsten van een bepaald bestand.

Subsidiair: deze vaststelling is (i) in strijd met artikel 7, lid 3, onder b), van verordening (EU) 2019/1022, omdat in het door het Koninkrijk Spanje onderzochte wetenschappelijke advies geen significante vangsten van een bepaald bestand zijn vastgesteld; en ii) onevenredig, omdat zij duidelijk ongeschikt is voor het bereiken van de doelstelling van verordening 2019/1022 daar zij niet voldoet aan het vereiste van een wetenschappelijk advies of van een coherente ontwikkeling van het gemeenschappelijk visserijbeleid in zijn drieledige dimensie (ecologisch, economisch en sociaal), en omdat zij niet nodig is, aangezien er alternatieve maatregelen zijn om die doelstelling te bereiken (sluitingen en verhoogde selectiviteit van sleepnetten).

Tweede middel:

Met betrekking tot de vaststelling van een specifieke vangstbeperking voor blauwrode diepzeegarnaal in geografische deelgebieden 1, 2, 5, 6 en 7 worden de volgende argumenten aangevoerd:

De vaststelling is niet overeenkomstig de vereisten van artikel 7, lid 3, onder b), van verordening (EU) 2019/1022 gemotiveerd, aangezien niet is aangegeven welke wetenschappelijke adviezen de noodzaak van deze instandhoudingsmaatregel ondersteunen;

Subsidiair: de vaststelling is (i) in strijd met artikel 7, lid 3, onder b), van verordening (EU) 2019/1022, aangezien die verordening niet in de toepassing van die maatregel voorziet en uit de door het Koninkrijk Spanje onderzochte wetenschappelijke adviezen niet blijkt dat die instandhoudingsmaatregel noodzakelijk is; en ii) onevenredig, omdat zij duidelijk ongeschikt is voor het bereiken van de doelstelling van verordening 2019/1022 daar zij niet voldoet aan het vereiste van een wetenschappelijk advies en een overlap vertoont met andere instandhoudingsmaatregelen, en omdat zij niet nodig is, aangezien er alternatieve maatregelen zijn om die doelstelling te bereiken (sluitingen en verhoogde selectiviteit van sleepnetten).

____________

1     Verordening (EU) 2022/110 van de Raad van 27 januari 2022 tot vaststelling, voor 2022, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee (PB 2022, L 21, blz. 165).

1     Verordening (EU) 2019/1022 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot vaststelling van een meerjarenplan voor de visserijen die demersale bestanden exploiteren in het westelijke deel van de Middellandse Zee en tot wijziging van verordening (EU) nr. 508/2014. (PB 2019, L 172, blz. 1).