ARREST VAN HET HOF (Vierde kamer)

22 januari 2015 (*)

„Prejudiciële verwijzing – Verordening (EG) nr. 44/2001 – Artikel 5, punt 3 – Bijzondere bevoegdheden ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad – Auteursrechten – Content in gedematerialiseerde vorm – Op internet plaatsen – Bepaling van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan – Criteria”

In zaak C‑441/13,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door het Handelsgericht Wien (Oostenrijk) bij beslissing van 3 juli 2013, ingekomen bij het Hof op 5 augustus 2013, in de procedure

Pez Hejduk

tegen

EnergieAgentur.NRW GmbH,

wijst

HET HOF (Vierde kamer),

samengesteld als volgt: L. Bay Larsen, kamerpresident, K. Jürimäe, J. Malenovský, M. Safjan (rapporteur) en A. Prechal, rechters,

advocaat-generaal: P. Cruz Villalón,

griffier: A. Calot Escobar,

gelet op de opmerkingen van:

–        P. Hejduk, vertegenwoordigd door M. Pilz, Rechtsanwalt,

–        EnergieAgentur.NRW GmbH, vertegenwoordigd door M. Wukoschitz, Rechtsanwalt,

–        de Tsjechische regering, vertegenwoordigd door M. Smolek en J. Vláčil als gemachtigden,

–        de Portugese regering, vertegenwoordigd door L. Inez Fernandes en E. Pedrosa als gemachtigden,

–        de Zwitserse regering, vertegenwoordigd door M. Jametti als gemachtigde,

–        de Europese Commissie, vertegenwoordigd door A.‑M. Rouchaud-Joët en M. Wilderspin als gemachtigden,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 11 september 2014,

het navolgende

Arrest

1        Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 5, punt 3, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB 2001, L 12, blz. 1).

2        Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen de in Wenen (Oostenrijk) wonende P. Hejduk en de in Düsseldorf gevestigde onderneming EnergieAgentur.NRW GmbH (hierna: „EnergieAgentur”), betreffende een verzoek tot vaststelling dat Hejduks auteursrechten zijn geschonden omdat door haar gemaakte foto’s op de website van EnergieAgentur beschikbaar zijn gesteld zonder dat zij daarvoor toestemming heeft gegeven.

 Toepasselijke bepalingen

 Verordening nr. 44/2001

3        Uit overweging 2 van verordening nr. 44/2001 blijkt dat deze verordening ertoe strekt, met het oog op de goede werking van de interne markt, „[b]epalingen [ten uitvoer te leggen] die de eenvormigheid van de regels inzake jurisdictiegeschillen in burgerlijke en handelszaken mogelijk maken alsook de vereenvoudiging van de formaliteiten met het oog op een snelle en eenvoudige erkenning en tenuitvoerlegging van de beslissingen van de lidstaten waarvoor deze verordening verbindend is”.

4        De overwegingen 11, 12 en 15 van deze verordening luiden als volgt:

„(11) De bevoegdheidsregels moeten in hoge mate voorspelbaar zijn, waarbij als beginsel geldt dat de bevoegdheid in het algemeen gegrond wordt op de woonplaats van de verweerder; de bevoegdheid moet altijd op die grond kunnen worden gevestigd, behalve in een gering aantal duidelijk omschreven gevallen waarin het voorwerp van het geschil of de autonomie van de partijen een ander aanknopingspunt wettigt. Voor rechtspersonen moet de woonplaats autonoom worden bepaald om de gemeenschappelijke regels doorzichtiger te maken en jurisdictiegeschillen te voorkomen.

(12)      Naast de woonplaats van de verweerder moeten er alternatieve bevoegdheidsgronden mogelijk zijn, gebaseerd op de nauwe band tussen het gerecht en de vordering of de noodzaak een goede rechtsbedeling te vergemakkelijken.

[...]

(15)      Met het oog op een harmonische rechtsbedeling in de Gemeenschap moeten parallel lopende processen zoveel mogelijk worden beperkt en moet worden voorkomen dat in twee lidstaten onverenigbare beslissingen worden gegeven. [...]”

5        De bevoegdheidsregels zijn opgenomen in hoofdstuk II van verordening nr. 44/2001.

6        Artikel 2, lid 1, van deze verordening, dat deel uitmaakt van afdeling 1 („Algemene bepalingen”) van hoofdstuk II, luidt:

„Onverminderd deze verordening worden zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat, ongeacht hun nationaliteit, opgeroepen voor de gerechten van die lidstaat.”

7        Artikel 3, lid 1, van deze verordening, dat deel uitmaakt van diezelfde afdeling 1, bepaalt:

„Degenen die op het grondgebied van een lidstaat woonplaats hebben, kunnen slechts voor het gerecht van een andere lidstaat worden opgeroepen krachtens de in de afdelingen 2 tot en met 7 van dit hoofdstuk gegeven regels.”

8        Artikel 5, punt 3, van verordening nr. 44/2001, dat is opgenomen in afdeling 2 („Bijzondere bevoegdheid”) van hoofdstuk II, luidt:

„Een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, kan in een andere lidstaat voor de volgende gerechten worden opgeroepen:

[...]

3)      ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad: voor het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen”.

 Richtlijn 2001/29/EG

9        Artikel 1, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij (PB L 167, blz. 10) luidt als volgt:

„Deze richtlijn heeft betrekking op de rechtsbescherming van het auteursrecht en de naburige rechten in het kader van de interne markt, met bijzondere klemtoon op de informatiemaatschappij.”

 Hoofdgeding en prejudiciële vraag

10      Uit de verwijzingsbeslissing blijkt dat Hejduk een professionele architectuurfotografe is en dat zij met name de auteur is van fotografische werken die gebouwen van architect Georg W. Reinberg tonen. Op een door EnergieAgentur georganiseerde conferentie, die heeft plaatsgevonden op 16 september 2004, heeft deze architect ter illustratie van zijn gebouwen de foto’s van Hejduk getoond. Hij had daarvoor Hejduks toestemming gekregen.

11      Vervolgens heeft EnergieAgentur deze foto’s op haar website geplaatst, waar zij te bekijken en te downloaden waren. Hejduk had hiervoor geen toestemming gegeven en op de site werd ook nergens vermeld wie de auteursrechten op de foto’s bezat.

12      Aangezien verzoekster van mening was dat EnergieAgentur haar auteursrechten had geschonden, heeft zij bij het Handelsgericht Wien een beroep ingesteld, in het kader waarvan zij verzocht om een schadevergoeding van 4 050 EUR en een machtiging om het arrest op kosten van EnergieAgentur te publiceren.

13      De verwijzende rechter zet uiteen dat Hejduk haar keuze om de zaak bij hem aanhangig te maken rechtvaardigt op grond van artikel 5, punt 3, van verordening nr. 44/2001. EnergieAgentur heeft met een exceptie de internationale en territoriale bevoegdheid van het Handelsgericht Wien betwist. Tot staving van die exceptie betoogt zij dat haar website niet op Oostenrijk gericht is en dat de loutere mogelijkheid om die site vanuit die lidstaat te raadplegen geen voldoende grondslag voor de bevoegdheid van de verwijzende rechter vormt.

14      In die omstandigheden heeft het Handelsgericht Wien de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vraag:

„Moet artikel 5, punt 3, van verordening [nr. 44/2001] aldus worden uitgelegd dat in een geding inzake de schending van naburige rechten van het auteursrecht die erin bestond dat een foto kon worden bekeken op een website die werd geëxploiteerd onder het topleveldomein van een andere lidstaat dan die waar de houder van de rechten zijn woonplaats heeft, enkel de gerechten bevoegd zijn van:

–        de lidstaat waar de vermeende inbreukpleger is gevestigd, en

–        de lidstaat of lidstaten waarop de website volgens de inhoud ervan gericht is?”

 Beantwoording van de prejudiciële vraag

15      Met zijn vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 5, punt 3, van verordening nr. 44/2001 aldus moet worden uitgelegd dat de aangezochte rechter bevoegd is om kennis te nemen van een aansprakelijkheidsvordering waarmee wordt aangevoerd dat de door de lidstaat van die rechter gewaarborgde naburige rechten van het auteursrecht zijn geschonden doordat beschermde foto’s op een website zijn geplaatst die ook in het rechtsgebied van deze rechter kon worden geraadpleegd.

16      Om te beginnen moet eraan worden herinnerd dat artikel 5, punt 3, van verordening nr. 44/2001 autonoom en strikt moet worden uitgelegd (zie in die zin arrest Coty Germany, C‑360/12, EU:C:2014:1318, punten 43‑45).

17      Hoofdstuk II, afdeling 2, van verordening nr. 44/2001 bevat slechts als afwijking van het fundamentele beginsel van artikel 2, lid 1, van deze verordening, dat de gerechten van de lidstaat waar de verweerder woont bevoegd verklaart, een aantal bijzondere bevoegdheden, waaronder die van artikel 5, punt 3, van deze verordening (arrest Coty Germany, EU:C:2014:1318, punt 44).

18      Uit de rechtspraak van het Hof volgt dat de uitdrukking „plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen” in artikel 5, punt 3, van verordening nr. 44/2001, zowel doelt op de plaats waar de schade is ingetreden als op de plaats van de gebeurtenis die de oorzaak van de schade vormt, zodat de verweerder naar keuze van de eiser voor het gerecht van de ene dan wel van de andere plaats kan worden opgeroepen (arrest Coty Germany, EU:C:2014:1318, punt 46).

19      In dit verband is het vaste rechtspraak dat de bevoegdheidsregel van artikel 5, punt 3, van verordening nr. 44/2001 berust op het bestaan van een bijzonder nauw verband tussen de vordering en de gerechten van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich dreigt voor te doen, op grond waarvan het om redenen van een goede rechtsbedeling en een nuttige procesinrichting gerechtvaardigd is dat deze laatste bevoegd zijn (arrest Coty Germany, EU:C:2014:1318, punt 47).

20      Aangezien uit de vaststelling van een van de aanknopingspunten die volgens de in punt 18 van het onderhavige arrest aangehaalde rechtspraak worden erkend, de bevoegdheid moet kunnen worden afgeleid van het gerecht dat objectief gezien het best in staat is om te beoordelen of de verweerder aansprakelijk kan worden gesteld, kan enkel het gerecht worden aangezocht in het rechtsgebied waarvan het relevante aanknopingspunt zich bevindt (arrest Coty Germany, EU:C:2014:1318, punt 48 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

21      Voorts zij gepreciseerd dat Hejduk in het hoofdgeding weliswaar aanvoert dat haar auteursrecht is geschonden doordat haar foto’s zonder haar toestemming op een website zijn geplaatst, maar dat deze bewering volgens de verwijzende rechter specifiek de naburige rechten van het auteursrecht betreft.

22      Dienaangaande moet in herinnering worden gebracht dat de rechten van auteurs, met name krachtens richtlijn 2001/29, weliswaar automatisch moeten worden beschermd in alle lidstaten, maar dat zij onderworpen zijn aan het territorialiteitsbeginsel. Die rechten kunnen dus in elk van de onderscheiden lidstaten worden geschonden, naargelang van het toepasselijke materiële recht (zie arrest Pinckney, C‑170/12, EU:C:2013:635, punt 39).

23      Ten eerste moet worden vastgesteld dat de veroorzakende gebeurtenis, die wordt gedefinieerd als het feit waarin de vermeende schade haar oorsprong vindt (zie arrest Zuid-Chemie, C‑189/08, EU:C:2009:475, punt 28), niet relevant is om de bevoegdheid vast te stellen van de rechter waarbij een zaak als die van het hoofdgeding aanhangig is gemaakt.

24      In een situatie als die van het hoofdgeding, waarin de vermeende inbreuk erin bestaat dat het auteursrecht en de naburige rechten van het auteursrecht zijn geschonden doordat foto’s zonder toestemming van de auteur ervan op een bepaalde website zijn geplaatst, moet immers als veroorzakende gebeurtenis worden aangemerkt het begin van het technisch proces om deze foto’s raadpleegbaar te maken op die website. Het feit dat de vermeende inbreuk op het auteursrecht heeft veroorzaakt, is dus het gedrag van de eigenaar van deze website (zie naar analogie arrest Wintersteiger, C‑523/10, EU:C:2012:220, punten 34 en 35).

25      In een zaak als die van het hoofdgeding kan de plaats van het optreden of nalaten dat een dergelijke vermeende inbreuk zou kunnen uitmaken, zich enkel bevinden op de zetel van EnergieAgentur, aangezien die onderneming aldaar het besluit om foto’s op een bepaalde website te plaatsen heeft genomen en uitgevoerd. Het staat vast dat die zetel zich niet bevindt in de lidstaat van de verwijzende rechter.

26      In omstandigheden als die van het hoofdgeding moet het veroorzakende feit dus worden gesitueerd op de zetel van deze onderneming, zodat de aangezochte rechter niet op die grond bevoegd kan worden verklaard.

27      Ten tweede moet dus worden nagegaan of deze rechter bevoegd kan worden verklaard op basis van de plaats waar de vermeende schade is ingetreden.

28      Te dien einde moet worden bepaald onder welke omstandigheden de schade die voortvloeit uit de vermeende schending van de auteursrechten zich, voor de toepassing van artikel 5, punt 3, van verordening nr. 44/2001, voordoet of dreigt voor te doen in een andere lidstaat dan die waar de verweerder het besluit om foto’s op een bepaalde website te plaatsen heeft genomen en uitgevoerd.

29      In dit verband heeft het Hof reeds gepreciseerd dat de plaats waar de schade is ingetreden in de zin van die bepaling kan verschillen naargelang de aard van het recht dat zou zijn geschonden, maar ook dat de schade alleen maar kan intreden in een bepaalde lidstaat indien het recht dat zou zijn geschonden, in die lidstaat wordt beschermd (zie arrest Pinckney, EU:C:2013:635, punten 32 en 33).

30      Wat dit tweede aspect betreft, voert Hejduk in het hoofdgeding aan dat haar auteursrechten zijn geschonden door de publicatie van haar foto’s op de website van EnergieAgentur. Zoals uit punt 22 van het onderhavige arrest blijkt, staat vast dat de rechten waarop zij zich beroept worden beschermd in Oostenrijk.

31      Wat het risico betreft dat de schade intreedt in een andere lidstaat dan die waar EnergieAgentur haar zetel heeft, benadrukt deze onderneming dat haar website, waarop de litigieuze foto’s zijn gepubliceerd, wordt geëxploiteerd onder een Duits topleveldomein (te weten „.de”) en niet op Oostenrijk gericht is, zodat de schade niet is ingetreden in die laatste lidstaat.

32      Dienaangaande volgt uit de rechtspraak van het Hof dat artikel 5, punt 3, van verordening nr. 44/2001 – anders dan artikel 15, lid 1, onder c), van deze verordening, dat is uitgelegd in het arrest Pammer en Hotel Alpenhof (C‑585/08 en C‑144/09, EU:C:2010:740) – niet vereist dat de betrokken website „gericht is op” de lidstaat van de aangezochte rechter (zie arrest Pinckney, EU:C:2013:635, punt 42).

33      Dat de in het hoofdgeding aan de orde zijnde website niet is bestemd voor de lidstaat van de aangezochte rechter, is dus niet relevant om de plaats van het intreden van de schade te bepalen, die ingevolge artikel 5, punt 3, van verordening nr. 44/2001 als basis kan dienen om de rechterlijke bevoegdheid vast te stellen.

34      In omstandigheden als die van het hoofgeding dient dus te worden aangenomen dat het intreden van de schade en/of het risico dat dit gebeurt, voortvloeien uit het feit dat in de lidstaat van de aangezochte rechter via de website van EnergieAgentur toegang kon worden verkregen tot de foto’s die het voorwerp uitmaken van de rechten waarop Hejduk zich beroept.

35      Verder moet de omvang van de schade die Hejduk stelt te hebben geleden, worden bepaald in het kader van het onderzoek van het verzoek ten gronde. Deze kwestie is irrelevant in de fase van de vaststelling van de rechterlijke bevoegdheid.

36      Niettemin moet eraan worden herinnerd dat de bescherming van het auteursrecht en de naburige rechten van het auteursrecht die wordt verleend door de lidstaat van de aangezochte rechter enkel geldt in deze lidstaat, zodat de rechter die wordt aangezocht op grond van de plaats waar de vermeende schade is ingetreden, slechts uitspraak mag doen over de schade die is ingetreden op het grondgebied van deze lidstaat (zie in die zin arrest Pinckney, EU:C:2013:635, punt 45).

37      De gerechten van de andere lidstaten blijven krachtens artikel 5, punt 3, van verordening nr. 44/2001 en het territorialiteitsbeginsel in beginsel immers bevoegd om uitspraak te doen over de schade die binnen hun respectieve lidstaten is veroorzaakt door de schending van het auteursrecht en de naburige rechten van dat recht, aangezien zij beter in staat zijn om te beoordelen of deze door de betrokken lidstaat gewaarborgde rechten daadwerkelijk zijn geschonden en om de aard van de veroorzaakte schade vast te stellen (zie in die zin arrest Pinckney, EU:C:2013:635, punt 46).

38      Gelet op een en ander moet op de gestelde vraag worden geantwoord dat artikel 5, punt 3, van verordening nr. 44/2001 aldus moet worden uitgelegd dat de aangezochte rechter, als rechter van de plaats waar de schade is ingetreden, bevoegd is om kennis te nemen van een aansprakelijkheidsvordering waarmee wordt aangevoerd dat de door de lidstaat van die rechter gewaarborgde auteursrechten en naburige rechten van de auteursrechten zijn geschonden doordat beschermde foto’s beschikbaar zijn gesteld op een website die in het rechtsgebied van deze rechter kon worden geraadpleegd. Deze rechter mag slechts uitspraak doen over de schade die is veroorzaakt op het grondgebied van zijn eigen lidstaat.

 Kosten

39      Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Het Hof (Vierde kamer) verklaart voor recht:

Artikel 5, punt 3, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken moet aldus worden uitgelegd dat de aangezochte rechter, als rechter van de plaats waar de schade is ingetreden, bevoegd is om kennis te nemen van een aansprakelijkheidsvordering waarmee wordt aangevoerd dat de door de lidstaat van die rechter gewaarborgde auteursrechten en naburige rechten van de auteursrechten zijn geschonden doordat beschermde foto’s beschikbaar zijn gesteld op een website die in het rechtsgebied van deze rechter kon worden geraadpleegd. Deze rechter mag slechts uitspraak doen over de schade die is veroorzaakt op het grondgebied van zijn eigen lidstaat.

ondertekeningen


* Procestaal: Duits.