ARREST VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN
VAN DE EUROPESE UNIE

(Enkelvoudige kamer)

14 juni 2016

Zaak F‑121/15

Elia Fernández González

tegen

Europese Commissie

„Openbare dienst – Tijdelijk functionaris – Functionaris bij het kabinet van een lid van de Europese Commissie – Aanwerving van een tijdelijk functionaris in de zin van artikel 2, onder b), RAP – Voorwaarde van onderbreking van elke vorm van arbeidsverhouding met de Commissie voor een duur van zes maanden – Punt 3.2 van nota D(2005) 18064 van de Commissie van 28 juli 2005 betreffende de aanstelling van tijdelijk functionarissen in de zin van artikel 2, onder b) en d), RAP in permanente ambten in geval van ontbreken van geslaagde kandidaten van vergelijkende onderzoeken”

Betreft:      Beroep, ingesteld krachtens artikel 270 VWEU, van toepassing op het EGA-Verdrag op grond van artikel 106 bis ervan, waarmee Fernández González vraagt om, ten eerste, nietigverklaring van het besluit van de Europese Commissie van 14 november 2014 tot afwijzing van haar sollicitatie naar de post van tijdelijk functionaris zoals bedoeld in kennisgeving van vacature COM/2014/2036 alsmede van het besluit van 22 mei 2015 tot afwijzing van haar klacht en, ten tweede, vergoeding van de materiële en immateriële schade die zij zou hebben geleden.

Beslissing:      Het beroep wordt verworpen. De Europese Commissie draagt haar eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van Fernández González.

Samenvatting

Ambtenaren – Tijdelijk functionarissen – Aanwerving – Sluiting van een overeenkomst om tijdelijk een permanent ambt te vervullen – Voorwaarden

[Regeling andere personeelsleden, art. 2, b) en c)]

In het kader van een beroep tot nietigverklaring dat een tijdelijk functionaris in de zin van artikel 2, onder c), van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie instelt tegen het besluit van de Commissie tot afwijzing van zijn sollicitatie naar een post van tijdelijk functionaris in de zin van artikel 2, onder b), van die Regeling, op grond dat hij niet voldoet aan de voorwaarde van onderbreking van elke vorm van arbeidsverhouding met de Commissie voor een duur van zes maanden, zoals voorzien in een nota van de Commissie betreffende de aanstelling van tijdelijk functionarissen in de zin van artikel 2, onder b) en d), van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden in permanente ambten in geval van ontbreken van geslaagde kandidaten van vergelijkende onderzoeken, vormt het vereiste van het ontbreken van elke vorm van een overeenkomst met de Commissie, direct of indirect, voor een duur van ten minste zes maanden, geen uitzondering op artikel 4, lid 6, van het besluit van de Commissie van 16 december 2013 betreffende het beleid voor de aanstelling en de inzet van tijdelijk functionarissen, volgens hetwelk „een tijdelijk functionaris in de zin van artikel 2, onder c), van voormelde Regeling, na afloop van zijn overeenkomst, alleen kan worden aangesteld om tijdelijk een permanent ambt te vervullen indien hij is gekozen na afloop van de selectieprocedure zoals opgenomen in artikel 2”. Het vormt echter een alternatief voor gevallen waarin een selectieprocedure niet nodig is om bij te dragen tot een grotere transparantie bij de aanwerving van voormalige tijdelijk functionarissen in de zin van artikel 2, onder c), van die Regeling als tijdelijk functionarissen in de zin van artikel 2, onder b), van die Regeling.

Dat vereiste houdt geen strengere regeling in dan die welke is voorzien in de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie, aangezien het minder dwingend is dan het vereiste van een selectieprocedure. In dat laatste geval kunnen immers alleen voormalige tijdelijk functionarissen in de zin van artikel 2, onder c), van de Regeling die zijn geslaagd voor die selectieprocedure worden aangeworven als tijdelijk functionaris in de zin van artikel 2, onder b), van die Regeling, terwijl in het eerste geval alle voormalige tijdelijk functionarissen in de zin van artikel 2, onder c), van die Regeling kunnen worden aangeworven als tijdelijk functionaris in de zin van artikel 2, onder b), daarvan.

(cf. punten 25, 29 en 30)