ARREST VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN
(Eerste kamer)

28 oktober 2010

Zaak F‑9/09

Isabel Vicente Carbajosa e.a.

tegen

Europese Commissie

„Openbare dienst — Algemene vergelijkende onderzoeken EPSO/AD/116/08 en EPSO/AD/117/08 op het gebied van fraudebestrijding — Bezwarend besluit — Uitsluiting van kandidaten na uitslag van toelatingstoetsen — Onbevoegdheid van EPSO”

Betreft: Beroep, ingesteld krachtens artikel 236 EG en artikel 152 EA, waarbij Vicente Carbajosa en twee andere ambtenaren/tijdelijk functionarissen van de Commissie vragen om nietigverklaring van de besluiten van het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) tot vaststelling en bekendmaking van de aankondigingen van algemene vergelijkende onderzoeken EPSO/AD/116/08 en EPSO/AD/117/08, van de besluiten van EPSO betreffende de correctie van de voorselectietoetsen en de schriftelijke examens en van de beoordeling van de mondelinge examens van die vergelijkende onderzoeken.

Beslissing: De besluiten van EPSO om Vicente Carbajosa voor vergelijkend onderzoek EPSO/AD/117/08 en Lehtinen en Menchén voor vergelijkend onderzoek EPSO/AD/116/08 niet te plaatsen op de lijst van kandidaten die worden verzocht een volledig sollicitatieformulier in te vullen, worden nietig verklaard. Het beroep wordt voor het overige niet-ontvankelijk verklaard. De Commissie zal alle kosten dragen.

Samenvatting

1.      Ambtenaren — Beroep — Procesbelang — Van vergelijkend onderzoek uitgesloten kandidaat die om nietigverklaring van alle handelingen van vergelijkend onderzoek vraagt — Ontvankelijkheid beperkt tot uitsluiting van verzoeker

(Ambtenarenstatuut, art. 91)

2.      Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) — Verloop van vergelijkende onderzoeken voor aanwerving van ambtenaren — Rol van EPSO — Ondersteuning van jury

(Ambtenarenstatuut, bijlage III, art. 1, 4 en 7)

3.      Ambtenaren — Beroep — Arrest houdende nietigverklaring — Gevolgen

(Ambtenarenstatuut, art. 91)

1.      Het verzoek, ingediend door een kandidaat die niet is geplaatst op de lijst van kandidaten die worden verzocht om een volledig sollicitatieformulier in te vullen teneinde te kunnen worden toegelaten tot een algemeen vergelijkend onderzoek, om de procedure van het vergelijkend onderzoek nietig te verklaren, is slechts ontvankelijk voor zover het betrekking heeft op de weigering om hem op de betrokken lijst te plaatsen.

(cf. punt 36)

Referentie:

Gerecht van eerste aanleg: 25 mei 2000, Elkaïm en Mazuel/Commissie, T‑173/99, JurAmbt. blz. I‑A‑101 en II‑433, punt 23, en de aangehaalde rechtspraak

2.      De aan het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) toevertrouwde taken betekenen weliswaar dat dit orgaan een belangrijke rol speelt bij de vaststelling en de uitvoering van het beleid van de Unie op het gebied van de selectie van personeel, doch wat het verloop van vergelijkende onderzoeken voor de aanwerving van ambtenaren betreft is zijn rol, ofschoon deze van betekenis is daar het de jury bijstaat, in elk geval ondergeschikt aan die van de jury, in wier plaats EPSO zich overigens niet kan stellen.

Op grond van artikel 1 van bijlage III bij het Statuut is het weliswaar het tot aanstelling bevoegd gezag, en dus sinds 2002 EPSO, die de aankondiging van vergelijkend onderzoek opstelt, waarin de voorwaarden zijn opgenomen om tot het vergelijkend onderzoek te worden toegelaten, doch dit neemt niet weg dat, zoals blijkt uit artikel 4 van die bijlage die bij de hervorming van 2004 is aangepast voor de invoeging van artikel 7, dat is gewijd aan de aan EPSO toevertrouwde taken, de rol van EPSO, als de procedure voor het vergelijkend onderzoek eenmaal is opgestart, beperkt is tot de vaststelling van de lijst van kandidaten die voldoen aan de voorwaarden van artikel 28, sub a tot en met c, van het Statuut — namelijk onderdaan zijn van één van de lidstaten van de Unie en de rechten als staatsburger bezitten, voldaan hebben aan de verplichtingen welke voortvloeien uit de wettelijke voorschriften inzake de militaire dienstplicht en in zedelijk opzicht de waarborgen bieden welke voor de uitoefening van de functie zijn vereist — en de verzending van deze lijst samen met de sollicitatiedossiers aan de voorzitter van de jury. Het Statuut geeft EPSO dus geen functie op het gebied van de selectie zelf van het personeel.

(cf. punten 48 en 49)

Referentie:

Gerecht voor ambtenarenzaken: 15 juni 2010, Pachtitis/Commissie, F‑35/08, punt 58, waartegen hogere voorziening is ingesteld bij het Gerecht van de Europese Unie, zaak T‑361/10 P

3.      Wanneer een besluit van het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) om een kandidaat niet te plaatsen op de lijst van kandidaten die worden verzocht om een volledig sollicitatieformulier in te vullen teneinde te kunnen worden toegelaten tot een algemeen vergelijkend onderzoek, nietig wordt verklaard, worden de rechten van de betrokkene afdoende beschermd indien het tot aanstelling bevoegd gezag een billijke oplossing voor hem zoekt, zonder dat de gehele uitslag van het vergelijkend onderzoek ter discussie moet worden gesteld of de aanstellingen die naar aanleiding daarvan hebben plaatsgevonden nietig moeten worden verklaard.

(cf. punten 60 en 62)

Referentie:

Hof: 14 juli 1983, Detti/Hof van Justitie, 144/82, Jurispr. blz. 2421, punt 33; 6 juli 1993, Commissie/Albani e.a., C‑242/90 P, Jurispr. blz. I‑3839, punten 13 en 14

Gerecht van eerste aanleg: 22 juni 1990, Marcopoulos/Hof van Justitie, T‑32/89 en T‑39/89, Jurispr. blz. II‑281, punt 44

Gerecht voor ambtenarenzaken: 5 mei 2010, Bouillez e.a./Raad, F‑53/08, punten 82 en 83