Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Verwaltungsgericht Berlin (Duitsland) op 8 februari 2021 – Wacker Chemie AG / Bundesrepublik Deutschland, vertegenwoordigd door het Umweltbundesamt

(Zaak C-76/21)

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Verwaltungsgericht Berlin

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Wacker Chemie AG

Verwerende partij: Bundesrepublik Deutschland, vertegenwoordigd door het Umweltbundesamt

Prejudiciële vragen

Moet de definitie van een capaciteitsuitbreiding in de ETS-richtsnoeren van de Europese Commissie1 , volgens welke de installatie als gevolg van een investering in fysiek kapitaal (of een reeks opeenvolgende investeringen in fysiek kapitaal) kan functioneren met een capaciteit die ten minste 10 % hoger is dan de aanvankelijk geïnstalleerde capaciteit van de installatie vóór de wijziging, aldus worden uitgelegd,

a.    dat een causaal verband tussen de investering in fysiek kapitaal en een uitbreiding van de technisch en juridisch mogelijke maximumcapaciteit doorslaggevend is, of

b.    dat, in overeenstemming met artikel 3, onder i) en l), van besluit 2011/278/EU van de Commissie van 27 april 2011, het verschil, bepaald op basis van het gemiddelde van de twee hoogste maandelijkse productievolumen in de eerste zes maanden na de aanvang van de veranderde werking, doorslaggevend is?

Indien dient te worden uitgegaan van de uitlegging bedoeld in de eerste vraag, onder b): moet artikel 3, onder i), van besluit 2011/2782 van de Commissie van 27 april 2011 aldus worden uitgelegd dat niet de omvang van de uitbreiding van de technisch en juridisch mogelijke maximumcapaciteit doorslaggevend is, maar alleen de gemiddelde waarden overeenkomstig artikel 3, onder l), van besluit 2011/278, ongeacht het feit of en in welke omvang deze waarden voortvloeien uit de doorgevoerde fysieke verandering of uit een hogere benuttingsgraad?

Moet het begrip „aanvankelijk geïnstalleerde capaciteit” in bijlage I bij de ETS-richtsnoeren worden uitgelegd in overeenstemming met artikel 7, lid 3, van besluit 2011/278?

Moet een besluit van de Europese Commissie om geen bezwaar te maken tegen een aangemelde staatssteunregeling, aldus worden uitgelegd,

a.    dat daarmee de verenigbaarheid van de nationale regeling met de richtsnoeren inzake staatssteun ook met betrekking tot verdere verwijzingen in de nationale steunregeling naar andere bepalingen van nationaal recht volledig is vastgesteld, of

b.    dat de nationale steunregeling en het andere nationale recht van hun kant aldus moeten worden uitgelegd, dat zij alles bij elkaar in overeenstemming moeten zijn met de richtsnoeren inzake staatssteun?

Indien dient te worden uitgegaan van de uitlegging bedoeld in de vierde vraag, onder a): is een besluit van de Europese Commissie om geen bezwaar te maken tegen aangemelde staatssteun bindend voor de nationale rechter wat de vastgestelde overeenstemming met de toepasselijke richtsnoeren inzake staatssteun betreft?

Worden richtsnoeren inzake staatssteun van de Europese Commissie, doordat zij ernaar verwijst in een besluit om geen bezwaar te maken tegen een aangemelde staatssteunregeling, en de verenigbaarheid van de aangemelde steun op basis van de richtsnoeren onderzoekt, voor de lidstaat bij de uitlegging en toepassing van de goedgekeurde steunregeling bindend?

Is artikel 10 bis, lid 6, van richtlijn 2003/87/EG3 , zoals gewijzigd bij richtlijn (EU) 2018/410, op grond waarvan de lidstaten financiële maatregelen moeten vaststellen als compensatie voor indirecte emissiekosten, van belang voor de uitlegging van punt 5 van de ETS-richtsnoeren, volgens welk de steun beperkt moet zijn tot het minimum dat nodig is om de nagestreefde milieubescherming te bereiken?

____________

1 Mededeling van de Commissie – Richtsnoeren betreffende bepaalde staatssteunmaatregelen in het kader van de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten na 2012 (PB 2012, C 158, blz. 4).

2 Besluit 2011/278/EU van de Commissie van 27 april 2011 tot vaststelling van een voor de hele Unie geldende overgangsregeling voor de geharmoniseerde kosteloze toewijzing van emissierechten overeenkomstig artikel 10 bis van richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB 2011, L 130, blz. 1).

3 Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van richtlijn 96/61/EG van de Raad (PB 2003, L 275, blz. 32).