Beroep ingesteld op 10 september 2010 - Scheefer / Parlement

(Zaak F-75/10)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Séverine Scheefer (Luxemburg, Luxemburg) (vertegenwoordiger: C. L'Hote-Tissier, advocaat)

Verwerende partij: Europees Parlement

Voorwerp en beschrijving van het geding

Nietigverklaring van de besluiten van de verwerende partij houdende weigering om een gemotiveerd besluit te nemen over verzoeksters rechtspositie en haar overeenkomst van tijdelijk functionaris uiteindelijk te herkwalificeren als een aanstelling voor onbepaalde tijd overeenkomstig artikel 8, lid 1, RAP alsmede vergoeding van de door verzoekster geleden schade

Conclusies van de verzoekende partij

schorsing van de behandeling van de zaak in afwachting van de uitkomst van zaak F-105/09 die thans aanhangig is bij het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie;

subsidiair, nietigverklaring van de besluiten van 11 februari 2010 en 10 juni 2010 waarbij het Parlement onder verwijzing naar zijn schrijven van 12 oktober 2009 heeft geweigerd om een gemotiveerd besluit te nemen over verzoeksters rechtspositie en ten slotte heeft geweigerd om, ondanks twee opeenvolgende verlengingen, haar overeenkomst van tijdelijk functionaris te herkwalificeren als een overeenkomst voor onbepaalde tijd;

nietigverklaring van het besluit van het Parlement van 12 februari 2009;

nietigverklaring van het besluit van het Parlement van 12 oktober 2009;

nietigverklaring van de juridische kwalificatie van de oorspronkelijke overeenkomst alsmede van de op 31 maart 2009 vastgestelde afloopdatum ervan;

dientengevolge, herkwalificatie van verzoekster aanstelling als aanstelling voor onbepaalde tijd;

vergoeding van de schade die verzoekster door de handelwijze van het Parlement heeft geleden;

subsidiair en indien het Gerecht toch tot de conclusie mocht komen dat de arbeidsverhouding, ondanks het ontstaan van een aanstelling voor onbepaalde tijd, was beëindigd - quod non -, toekenning van schadevergoeding wegens de onterechte beëindiging van de overeenkomst;

nog meer subsidiair en indien het Gerecht tot de conclusie mocht komen dat herkwalificatie niet mogelijk was - quod non -, toekenning van een vergoeding voor de schade die verzoekster door het onrechtmatige gedrag van het Europees Parlement heeft geleden;

voorbehoud aan de verzoekende partij van alle rechten, middelen en vorderingen en met name veroordeling van het Europees Parlement tot vergoeding van de geleden schade;

verwijzing van het Europees Parlement in de kosten.

____________