Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado de lo Mercantil nº 2 de Madrid (Spanje) op 15 januari 2021 – ZA, AZ, BX, CV, DU en ET / Repsol Comercial de Productos Petrolíferos S.A.

(Zaak C-25/21)

Procestaal: Spaans

Verwijzende rechter

Juzgado de lo Mercantil nº 2 de Madrid

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: ZA, AZ, BX, CV, DU en ET

Verwerende partij: Repsol Comercial de Productos Petrolíferos S.A.

Prejudiciële vragen

Indien verzoekster aantoont dat haar contractuele relatie inzake exclusieve afname en gebruik van de handelsnaam (commissieovereenkomst of overeenkomst tot definitieve verkoop met referentieprijs voor wederverkoop met korting) met REPSOL onder de geografische en temporele werkingssfeer valt die de nationale mededingingsautoriteit heeft onderzocht, moet de contractuele relatie dan worden geacht onderworpen te zijn aan de beslissing van de Tribunal de Defensa de la Competencia (mededingingsrechter, Spanje) van 11 juli 2001 (dossier 490/00 REPSOL) en/of het besluit van de Comisión Nacional de la Competencia (nationale mededingingscommissie, Spanje) van 30 juli 2009 (dossier 652/07 REPSOL/CEPSA/BP) en dat uit hoofde daarvan derhalve is voldaan aan de voorwaarden van artikel 2 van verordening (EG) nr. 1/20031 inzake de bewijslast ter zake van de inbreuk?

Indien de vorige vraag bevestigend wordt beantwoord en in casu wordt aangetoond dat de contractuele relatie onderworpen is aan de beslissing van de Tribunal de Defensa de la Competencia van 11 juli 2001 (dossier 490/00 REPSOL) en/of het besluit van de Comisión Nacional de la Competencia van 30 juli 2009 (dossier 652/07 REPSOL/CEPSA/BP), moet de overeenkomst dan overeenkomstig artikel 101, lid 2, VWEU niet van rechtswege nietig worden verklaard?

____________

1     Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB 2003, L 1, blz. 1).