Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Landesgericht Korneuburg (Oostenrijk) op 10 december 2020 – L GmbH / FK

(Zaak C-672/20)

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Landesgericht Korneuburg

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekster in hoger beroep: L GmbH

Verweerder in hoger beroep: FK

Prejudiciële vragen

Moet artikel 3, lid 2, onder a), van verordening (EG) nr. 261/20041 aldus worden uitgelegd dat de verordening van toepassing is op een passagier die reeds voor het bereiken van de luchthaven online heeft ingecheckt en geen ruimbagage bij zich heeft, die op het beeldscherm met vluchtinformatie van de luchthaven de vertraging van de vlucht waarneemt, bij de boarding gate op nadere informatie wacht en bij de balie van de luchtvaartmaatschappij informeert naar het vertrek van de geboekte vlucht, die van verweersters medewerkers noch een verklaring krijgt of en wanneer de vlucht zal vertrekken, noch een aanbod voor een vervangende vlucht, en die vervolgens zelf een andere vlucht naar zijn eindbestemming boekt, zonder met de oorspronkelijk geboekte vlucht te vertrekken?

Moet artikel 5, lid 3, van verordening nr. 261/2004 aldus worden uitgelegd dat een luchtvaartmaatschappij niet verplicht is compensatie te betalen als bedoeld in artikel 7 van verordening nr. 261/2004, wanneer deze de eindbestemming van de passagier met een vertraging van 8:19 uur bereikt, omdat tijdens de op twee na laatste vlucht het vliegtuig werd beschadigd door een blikseminslag, de na de landing geraadpleegde technicus van een door de luchtvaartmaatschappij ingeschakeld onderhoudsbedrijf alleen geringe beschadigingen aantrof, die echter geen gevolgen hadden voor het goed functioneren van het vliegtuig („some minor findings”), de voorlaatste vlucht werd uitgevoerd, maar tijdens de pre-flight-checks voor de uitvoering van de laatste vlucht is gebleken dat het vliegtuig voorlopig niet meer kon worden ingezet, en de luchtvaartmaatschappij derhalve in plaats van het oorspronkelijk geplande, beschadigde vliegtuig een vervangend vliegtuig heeft ingezet, dat de laatste vlucht heeft uitgevoerd met een vertraging bij vertrek van 7:40 uur?

Moet artikel 5, lid 3, van verordening nr. 261/2004 aldus worden uitgelegd dat het tot de door de luchtvaartmaatschappij te treffen redelijke maatregelen behoort om de passagier een omboeking naar een andere vlucht aan te bieden, waarmee hij zijn eindbestemming met een vertraging van 5:00 uur zou hebben bereikt (en – op grond van de door hem op eigen initiatief verrichte boeking – ook werkelijk heeft bereikt), hoewel de luchtvaartmaatschappij de vlucht in plaats van met het niet meer inzetbare vliegtuig met een vervangend vliegtuig heeft uitgevoerd, waarmee de passagier zijn eindbestemming zou hebben bereikt met een vertraging van 8:19 uur?

____________

1     Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 295/91 (PB 2004, L 46, blz. 1).