Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door Okrazhen sad Burgas (Bulgarije) op 31 maart 2021 – Strafzaak tegen „DELTA STROY 2003” EOOD

(Zaak C-203/21)

Procestaal: Bulgaars

Verwijzende rechter

Okrazhen sad Burgas (Bulgarije)

Partij in de strafzaak

„DELTA STROY 2003” EOOD

Prejudiciële vragen

Moeten de artikelen 4 en 5 van kaderbesluit 2005/212/JBZ en artikel 49 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie aldus worden uitgelegd dat zij zich niet in de weg staan aan een regeling van een lidstaat op grond waarvan de nationale rechter in een procedure als die in het hoofdgeding, aan een rechtspersoon een sanctie kan opleggen wegens een specifiek strafbaar feit waarvan nog niet vaststaat dat het is gepleegd omdat dit onderwerp is van een parallelle strafprocedure die niet definitief is afgesloten?

Moeten de artikelen 4 en 5 van kaderbesluit 2005/212/JBZ en artikel 49 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie aldus worden uitgelegd dat zij zich niet in de weg staan aan een regeling van een lidstaat op grond waarvan de nationale rechter in een procedure als die in het hoofdgeding, aan een rechtspersoon een sanctie kan opleggen door de hoogte van die sanctie vast te stellen op het bedrag van de opbrengst die zou zijn verkregen uit een specifiek strafbaar feit waarvan nog niet vaststaat dat dit is gepleegd omdat dit onderwerp is van een parallelle strafprocedure die niet definitief is afgesloten?

____________