BESCHIKKING VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN
VAN DE EUROPESE UNIE
(Eerste kamer)

29 februari 2012

Zaak F‑3/11

Luigi Marcuccio

tegen

Europese Commissie

„Openbare dienst – Ambtenaren – Sociale zekerheid – Ongeval – Verzoek om opneming van document in dossier betreffende ongeval – Afwijzing – Geen bezwarend besluit – Kennelijke niet-ontvankelijkheid”

Betreft:      Beroep, ingesteld krachtens artikel 270 VWEU, van toepassing op het EGA-Verdrag op grond van artikel 106 bis ervan, waarbij Marcuccio primair vraagt om, ten eerste, nietigverklaring van de vermeende weigering van de Commissie om een document in het dossier betreffende zijn ongeval op te nemen en, ten tweede, veroordeling van de Commissie tot betaling van het bedrag van 1 000 EUR ter vergoeding van de schade die hij stelt te hebben geleden.

Beslissing:      Het beroep wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker draagt alle kosten en wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag van 2 000 EUR aan het Gerecht.

Samenvatting

1.      Ambtenaren – Sociale zekerheid – Verzekering tegen ongevallen en beroepsziekten – Dossier betreffende ongeval – Begrip – Definitie door het Unierecht – Geen

(Ambtenarenstatuut, art. 26, 26 bis en 73)

2.      Ambtenaren – Beroep – Bezwarend besluit – Begrip – Verzoek om opneming van document in dossier van ambtenaar die procedure voor erkenning van ongeval heeft ingeleid – Voorbereidende handeling – Daarvan uitgesloten

(Ambtenarenstatuut, art. 90 en 91; regeling verzekering tegen ongevallen en beroepsziekten, art. 16‑25)

3.      Procedure – Gerechtskosten – Kosten die het Gerecht voor ambtenarenzaken door ongerechtvaardigd beroep van ambtenaar heeft moeten maken – Veroordeling van ambtenaar tot terugbetaling van die kosten

(Reglement voor de procesvoering van het Gerecht voor ambtenarenzaken, art. 94; Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 47)

4.      Algemene beginselen van het Unierecht – Beginsel van recht op effectieve rechterlijke bescherming – Beroep van ambtenaar dat misbruik oplevert – Consequenties

1.      Noch artikel 73 van het Statuut, in het gedeelte dat met name betrekking heeft op de verzekering tegen ongevallen, noch de regeling voor de verzekering tegen ongevallen en beroepsziekten, die in diezelfde statutaire bepaling specifiek is voorzien, bevat bepalingen over het aanleggen van een dossier betreffende het ongeval. Het begrip dossier betreffende het ongeval valt evenmin binnen de werkingssfeer van artikel 26 van het Statuut noch binnen die van artikel 26 bis van het Statuut.

(cf. punten 31 en 33)

2.      In het kader van een medische procedure betreffende de erkenning van een ongeval waarvan de betrokken ambtenaar naar behoren aangifte heeft gedaan en vervolgens de vaststelling van de mate van invaliditeit na stabilisatie van het letsel dat door dat ongeval is ontstaan, kan het verzoek van de betrokkene om in het „dossier betreffende zijn ongeval”, dat niets anders is dan het dossier betreffende het onderzoek van zijn verzoek om erkenning van een ongeval en vervolgens de vaststelling van de mate van de daaruit volgende invaliditeit, een document op te nemen dat op hem betrekking hebbende informatie bevat, niet worden aangemerkt als een verzoek in de zin van artikel 90, lid 1, van het Statuut, tegen de stilzwijgende afwijzing waarvan een klacht kan worden ingediend uit hoofde van artikel 90, lid 2, van het Statuut en vervolgens beroep kan worden ingesteld uit hoofde van artikel 91 van het Statuut.

Op grond van de artikelen 16 tot en met 25 van de regeling voor de verzekering tegen ongevallen en beroepsziekten kan er immers van worden uitgegaan dat het om een bijzondere procedure gaat met een specifiek medisch karakter, die alleen op initiatief van de betrokken ambtenaar of van zijn rechtsopvolgers kan worden ingeleid. Deze procedure is dus geen administratieve procedure en in geen geval een administratieve procedure die van invloed kan zijn op de administratieve positie van de ambtenaar.

Het verzoek om opneming van een document is dus een verzoek dat verband houdt met de betrokken medische procedure, zodat de opneming van het betrokken document in het „dossier betreffende het ongeval” valt onder de organisatie- en onderzoeksbevoegdheid van het gezag dat met het dossier belast is. In deze omstandigheden is het de taak van het gezag dat belast is met het onderzoek van het verzoek om erkenning van een ongeval en vervolgens de vaststelling van de mate van de daaruit volgende invaliditeit om in het kader van het goede verloop van de medische procedure betreffende dat ongeval te zorgen voor een doeltreffend en bekwaam beheer van het „dossier betreffende het ongeval” door elke passende handeling of maatregel vast te stellen.

(cf. punten 34 en 39)

3.      Op grond van artikel 94 van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht voor ambtenarenzaken kan dat Gerecht, indien een partij onnodige kosten heeft veroorzaakt, met name indien het beroep een kennelijk misbruik oplevert, die partij volledig of ten dele in die kosten verwijzen, met dien verstande dat het bedrag van die kosten 2 000 EUR niet mag overschrijden.

Die bepaling moet worden toegepast wanneer de Unierechters reeds herhaaldelijk hebben vastgesteld dat de verzoekende ambtenaar zonder geldige rechtvaardiging voor de contentieuze weg had gekozen en dat het betrokken beroep een voortzetting van deze benadering vormt.

(cf. punten 50 en 51)

4.      Het fundamentele vereiste van een doeltreffende rechterlijke bescherming moet, ten eerste, eenieder in staat stellen om zijn recht op een doeltreffend beroep volledig uit te oefenen en, ten tweede, de geadieerde rechters in staat stellen om doeltreffend recht te doen, juist in het belang van alle justitiabelen.

(cf. punt 53)