BESCHIKKING VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN
VAN DE EUROPESE UNIE

(Eerste kamer)

18 juni 2013

Zaak F‑100/11

Luigi Marcuccio

tegen

Europese Commissie

„Openbare dienst – Ambtenaren – Bezoldiging – Dagvergoeding – Voorwaarden voor toekenning – Daadwerkelijke vestiging in standplaats – Beroep kennelijk rechtens ongegrond – Gerechtskosten – Artikel 94 van het Reglement voor de procesvoering”

Betreft:      Beroep, ingesteld krachtens artikel 270 VWEU, van toepassing op het EGA-Verdrag op grond van artikel 106 bis ervan, waarmee Marcuccio met name vraagt om nietigverklaring van het besluit van 22 december 2010 waarbij de Europese Commissie heeft geweigerd hem de dagvergoeding toe te kennen.

Beslissing:      Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard. Marcuccio draagt zijn eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van de Europese Commissie. Marcuccio wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag van 2 000 EUR aan het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie.

Samenvatting

1.      Ambtenaren – Kostenvergoeding – Dagvergoeding – Voorwaarden voor toekenning – Cumulatieve voorwaarden

(Ambtenarenstatuut, art. 20; bijlage VII, art. 10)

2.      Gerechtelijke procedure – Kosten – Kosten die het Gerecht voor ambtenarenzaken nodeloos of vexatoir heeft moeten maken door misbruik opleverend beroep van een ambtenaar

(Reglement voor de procesvoering van het Gerecht voor ambtenarenzaken, art. 94)

1.      De toekenning van de dagvergoeding hangt af van de voorwaarde dat de betrokkene daadwerkelijk van woonplaats heeft moeten veranderen om te voldoen aan de verplichting van woonplaats opgenomen in artikel 20 van het Statuut en van de voorwaarde dat hij kosten of ongemak heeft gehad door de noodzaak zich naar zijn standplaats te verplaatsen of zich voorlopig daar te vestigen. Daar deze twee voorwaarden cumulatief zijn, kan de dagvergoeding met name niet worden toegekend aan de ambtenaar die niet aantoont dat hij dergelijke kosten of ongemak heeft gehad.

(cf. punt 27)

Referentie:

Hof: 5 februari 1987, Mouzourakis/Parlement, 280/85, punten 9 en 12

Gerecht van eerste aanleg: 10 juli 1992, Benzler/Commissie, T‑63/91, punten 20 en 21

2.      Op grond van artikel 94 van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht voor ambtenarenzaken kan dat Gerecht, indien een partij ten laste van hem onnodige kosten heeft veroorzaakt, met name indien het beroep een kennelijk misbruik oplevert, die partij volledig of ten dele in die kosten verwijzen, met dien verstande dat het bedrag van die kosten 2 000 EUR niet mag overschrijden.

Deze bepaling moet worden toegepast in het geval van een kennelijk ongegrond en misbruik opleverend beroep dat betrekking heeft op een besluit dat meer dan negen en een half jaar eerder is genomen en door dat Gerecht nietig is verklaard, waarbij de verzoeker bovendien zonder geldige rechtvaardiging heeft gekozen voor de contentieuze weg.

(cf. punten 45 en 46)

Referentie:

Gerecht van eerste aanleg: arrest van 14 september 2011, Marcuccio/Commissie, T‑236/02, waartegen hogere voorziening is ingesteld bij het Hof, zaak C‑617/11 P