Conseil d'Etat de Belgique arrêt n° 262.171 du 30 janvier 2025

Pilns teksts 262171 - 191,85K (PDF dokuments tiks atvērts jaunā cilnē)
Paziņojuma presei / kopsavilkuma virsraksts -
Paziņojuma presei / kopsavilkuma numurs -
Paziņojuma presei pilns teksts -
ECLI numurs -
ELI numurs -
Nolēmuma oriģinālvaloda néerlandais
Dokumenta datums 30/01/2025
Izdevējtiesa Conseil d'État (BE)
Joma
  • Vide
EUROVOC joma
  • VIDE
  • trokšņa radītais piesārņojums
  • lidosta
Valsts tiesību norma -
Minētā Savienības tiesību norma
Starptautisko tiesību norma -
Apraksts

Door de vernietiging te beperken tot art. 3 van het bestreden besluit verkrijgt de verz. partij volledige genoegdoening, in het licht van het (gegrond bevonden) middel, dat enkel gericht is tegen deze bepaling. Gelet op de verplichting die voortvloeit uit Verordening (EU) nr. 598/2014 moet worden aangenomen dat de Koning de regeling in (het wettig bevonden) art. 2 van het bestreden KB opnieuw zou aannemen. De gedeeltelijke vernietiging kan evenwel niet beperkt worden tot art. 3 van het bestreden besluit, aangezien, bij het wegvallen van de machtiging aan de minister om exploitatiebeperkingen op te leggen, niet op voorhand vaststaat wat het lot van het eerder KB van 2003 zal zijn. Ook art. 4 van het bestreden besluit (dat dit KB opheft) moet bijgevolg vernietigd worden. De vernietiging van het bestreden besluit wordt beperkt tot de artt. 3 en 4 ervan.