Terechtzitting: gevoegde zaken C 296/25 P en C 297/25 P, Polen/Commissie
Op dinsdag 8 september 2026 houdt het Hof van Justitie van de Europese Unie een zitting in de gevoegde zaken C‑296/25 P en C‑297/25 P Polen/Commissie.
Deze zaken hebben betrekking op een door de Commissie in 2021 tegen Polen ingesteld beroep wegens niet-nakoming met betrekking tot de organisatie van het gerechtelijk stelsel. Het Hof heeft Polen gelast de toepassing van bepaalde nationale bepalingen op te schorten. Toen Polen hieraan geen gevolg gaf, heeft het Hof deze lidstaat veroordeeld tot betaling van een dagelijkse dwangsom van 1 miljoen EUR aan de Commissie. Omdat Polen de dwangsommen niet betaalde, heeft de Commissie de verschuldigde bedragen vervolgens verrekend met EU-gelden die Polen nog tegoed had.
Polen heeft deze maatregel betwist bij het Gerecht. Het beroep strekte tot de gehele of gedeeltelijke nietigverklaring van een aantal verrekeningsbesluiten die zijn genomen na een Poolse wetswijziging in juli 2022. Het Gerecht heeft deze beroepen afgewezen en geoordeeld dat de Commissie bij het verrekenen van de dwangsommen geen inbreuk heeft gemaakt op het Unierecht (zie gevoegde zaken T‑830/22 en T‑156/23 Polen/Commissie, en zaak T‑1033/23 Polen/Commissie).
Polen heeft tegen deze arresten een hogere voorziening ingesteld bij het Hof.
Deze zitting zal na afloop beschikbaar zijn in de rubriek Curia Web TV op deze website.
In onderstaande video geeft een persvoorlichter van het Hof tekst en uitleg over de feiten en de juridische achtergrond van de zaken.
