Zaaknamen en citeerwijze

Het Hof van Justitie van de Europese Unie gebruikt een specifieke methode om zijn rechtspraak (jurisprudentie) te citeren. Deze methode is bedoeld om de toegankelijkheid, neutraliteit en nauwkeurigheid van citaten te waarborgen. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van twee belangrijke systemen: unieke identificatiecodes voor rechterlijke beslissingen en fictieve namen voor geanonimiseerde zaken.

Hoe zijn de zaaknamen samengesteld?

Zaaknummer

Alle zaken hebben een uniek nummer.

Dit bestaat uit:

  • een letter die aangeeft welke rechterlijke instantie de zaak behandelt:
    • „C” voor het Hof van Justitie (van „Cour”, de Franse naam ervan)
    • „T” voor het Gerecht (van „Tribunal”, de Franse naam)
    • „F” voor het Gerecht voor ambtenarenzaken, dat actief was van 2005 tot en met 2016 (van „Fonction publique”, Frans voor „ambtenarenzaken”).
  • een koppelteken
  • een nummer (het nummer van de zaak in het betreffende jaar bij die rechterlijke instantie)
  • een schuine streep
  • twee cijfers die het jaar van de zaak aangeven

Zaak C‑250/25 is dus de 250e zaak die het Hof van Justitie in 2025 heeft ontvangen.

Achtervoegsels voor specifieke procedures

Bepaalde specifieke procedures worden aangeduid met een letter direct achter het nummer. De meest voorkomende vermeldingen zijn:

  • P - een hogere voorziening (van de Franse benaming pourvoi)
  • PPU - een prejudiciële spoedprocedure (van de Franse benaming voor deze procedure procédure préjudicielle d’urgence)
  • AJ - een verzoek om rechtsbijstand (van de Franse benaming aide juridictionnelle)
  • R - een verzoek om voorlopige maatregelen (van de Franse benaming procédure de référé)
  • DEP - een procedure met betrekking tot de proceskosten (van de Franse benaming dépens)

Een volledige lijst van deze vermeldingen is te vinden in Bijlage 1 bij de Praktische uitvoeringsbepalingen voor het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht.

Zaaknaam

Het nummer wordt gevolgd door de naam van de zaak. Bij rechtstreekse beroepen en hogere voorzieningen bestaat de zaaknaam uit de namen van de partijen, tenzij er een verzoek is ingediend om de zaak te anonimiseren of persoonlijke gegevens weg te laten.

Bij prejudiciële verwijzingen past het Hof nu een systeem toe van fictieve namen in zaken waarbij particulieren betrokken zijn. Dit systeem is sinds januari 2023 van kracht.

Dit initiatief is bedoeld om het gemakkelijker te maken om geanonimiseerde zaken te herkennen, de namen van zaken te onthouden en ze te citeren in de rechtspraak en andere verwijzingen.

Fictieve namen worden toegekend aan:

  • zaken die betrekking hebben op procedures tussen natuurlijke personen (van wie de namen met het oog op de bescherming van persoonsgegevens sinds 1 juli 2018 worden vervangen door initialen)
  • zaken die betrekking hebben op procedures tussen natuurlijke personen en juridische entiteiten (rechtspersonen), zoals vennootschappen, waarvan de naam niet onderscheidend is

Wanneer de naam van de rechtspersoon voldoende onderscheidend is, krijgen prejudiciële verwijzingen geen fictieve zaaknaam. In dat geval wordt de naam van de rechtspersoon als zaaknaam gebruikt.

Fictieve namen zijn niet-bestaande namen en komen dus niet overeen met de werkelijke namen van de partijen. Ze worden voorgesteld door een geautomatiseerde namengenerator, die woorden in lettergrepen splitst en deze willekeurig combineert.

Verwijzen naar de rechtspraak van de rechterlijke instanties van de Unie

Een verwijzing naar een beslissing van het Hof omvat de volgende elementen:

  • de datum van de beslissing
  • de naam van de zaak
  • het door het Hof toegekende zaaknummer
  • de ECLI-code (zie hieronder)

Deze methode

  • vergroot de toegankelijkheid van rechterlijke beslissingen: elke verwijzing bevat alle informatie die nodig is om een beslissing te identificeren
  • biedt een grotere taalkundige neutraliteit: het formaat van het citaat is hetzelfde in alle talen, waardoor er minder onderdelen vertaald hoeven te worden
  • vergemakkelijkt de automatische toevoeging van hyperlinks aan de ECLI-code van de beslissing en aan het relevante punt van de beslissing

ECLI-code

Om zijn arresten te citeren, gebruikt het Hof de European Case-Law Identifier (Europese identificatiecode voor jurisprudentie; „ECLI”). Het Hof heeft een ECLI-code toegekend aan alle beslissingen van de rechterlijke instanties van de Unie sinds 1954, en ook aan de conclusies van de advocaten-generaal.

Het ECLI-systeem biedt duidelijke en consistente verwijzingen voor zowel nationale als Europese rechtspraak. Hiermee wordt het gemakkelijker om rechterlijke beslissingen in de hele EU te raadplegen en te citeren.

De ECLI-code bevat het voorvoegsel „ECLI”, plus vier verplichte elementen:

  1. Jurisdictiecode: de lidstaat van de betrokken rechterlijke instantie, of de Europese Unie indien het gaat om een rechterlijke instantie van de Europese Unie.
  2. Afkorting van de rechterlijke instantie: de rechterlijke instantie die de beslissing heeft gegeven.
  3. Jaar: het jaar van de beslissing.
  4. Volgnummer: een unieke identificatiecode van ten hoogste 25 alfanumerieke tekens, in een formaat waarover elke lidstaat of de rechterlijke instantie van de Europese Unie beslist.

De verschillende onderdelen van de ECLI-code worden gescheiden door een dubbele punt („:”).

Neem bijvoorbeeld het arrest van het Hof van 12 juli 2005, Schempp (C‑403/03). De ECLI-code is EU:C:2005:446. Deze bestaat uit de volgende onderdelen:

  1. „EU” = beslissing van een rechterlijke instantie van de Unie
  2. „C” = beslissing van het Hof van Justitie
  3. „2005” = een beslissing van 2005
  4. „446” = het gaat om de 446e ECLI-code die in dat jaar is toegekend

Bij het citeren van beslissingen van het Hof van Justitie, het Gerecht of het Gerecht voor ambtenarenzaken, kan het voorvoegsel „ECLI” vóór deze vier onderdelen worden weggelaten.