Conseil d'Etat de Belgique, arrêt n° 262561 du 6 mars 2025

Koko teksti 262561 2025-08-06 14-23-59 482 - 285,07K PDF-asiakirja, avautuu uudessa välilehdessä
Lehdistötiedotteen / tiivistelmän otsikko -
Lehdistötiedotteen / tiivistelmän numero -
Lehdistötiedotteen koko teksti -
ECLI-tunnus -
ELI-tunnus -
Ratkaisun alkuperäkieli néerlandais
Asiakirjan piävämäärä 06/03/2025
Ratkaisun antanut tuomioistuin Conseil d'État (BE)
Aihe -
EUROVOC-aihe
  • sairaala
  • terveydenhuollon menetelmät
Kansallisen oikeuden säännös -
Mainittu unionin oikeuden säännös -
Kansainvälisen oikeuden määräys -
Kuvaus

In de mate de verzoekende partijen een schending aanvoeren van artikel 34 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) zetten zij onvoldoende duidelijk uiteen hoe de bestreden bepaling als een kwantitatieve invoerbeperking of maatregel van gelijke werking kan worden beschouwd als bedoeld in het voormelde artikel. De bestreden bepaling regelt op geen enkele wijze de invoer van PET-scanners op de Belgische markt. Er weze trouwens opgemerkt dat het bestreden besluit ook geen invloed heeft op het aantal PET-scanners dat in België kan worden uitgebaat. Dit wordt immers geregeld via de programmatie van de PETscanners, te weten het koninklijk besluit van 25 april 2014 houdende vaststelling van het maximum aantal PETscanners en diensten nucleaire geneeskunde waarin een PET-scanner kan worden opgesteld, dat uitgebaat mag worden. Er wordt geen schending van artikel 34 VWEU aangetoond. Er wordt evenmin een schending aangetoond van de artikelen 56 en 57 VWEU. De verzoekende partijen tonen evenmin aan dat de verwerende partij artikel 168 VWEU zou hebben geschonden door PET-scanners aan te duiden als supraregionale zorg waardoor deze niet in elk ziekenhuisnetwerk mogen worden opgesteld. Het vijfde middel is niet gegrond.