EU-merken en -modellen
Intellectuele eigendom speelt een belangrijke rol in het Europese economische leven. Dat komt vooral tot uiting in het gebruik van merken en modellen. Een EU-merk biedt bedrijven bescherming, maar zorgt er tegelijk ook voor dat consumenten beter kunnen zien waar een product of dienst vandaan komt. Sinds het midden van de jaren negentig kunnen merken op het niveau van de EU worden ingeschreven en beschermd. Niet alles kan als EU-merk worden ingeschreven, want merken kunnen in strijd zijn met de rechten van anderen.
Ook modellen kunnen worden beschermd, maar alleen als zij nieuw zijn en een eigen karakter hebben.
Wanneer partijen het oneens zijn over wat kan worden beschermd, legt het Gerecht van de Europese Unie het merken- en modellenrecht van de EU uit en past het dit toe.
Inleiding
EU-merken gelden op het hele grondgebied van de EU. Iedereen kan bij het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO) een aanvraag doen om zijn merken voor bepaalde producten en diensten te laten inschrijven. Het EUIPO beslist dan of een merk kan worden ingeschreven. Het EUIPO heeft zijn eigen, interne beroepsprocedure, met „kamers van beroep”. Deze kamers onderzoeken de eerste beslissing van het EUIPO als een partij het daar niet mee eens is. Tegen beslissingen van de kamers van beroep van het EUIPO kunnen partijen in beroep gaan bij het Gerecht van de Europese Unie.
Merken zorgen ervoor dat consumenten gemakkelijk kunnen zien waar een product of dienst vandaan komt. Wie een bekend logo, een bekend teken of een bekende naam op een product ziet, weet dat het van een bepaald bedrijf afkomstig is. Dit werkt alleen als merken „onderscheidend vermogen” hebben, dat wil zeggen dat ze duidelijk moeten kunnen maken dat er een verschil is tussen de producten en diensten van het ene bedrijf en die van een ander bedrijf. Ze mogen niet te algemeen zijn of het product of de dienst alleen maar beschrijven en er mag geen gevaar voor verwarring tussen merken bestaan. Het Gerecht behandelt vaak merkzaken die hierover gaan.
EU-merken mogen niet „speculatief” worden ingeschreven. Ze moeten te goeder trouw worden ingeschreven en normaal worden gebruikt. Als een merk niet langer wordt gebruikt, mag iemand anders een merk inschrijven dat erop lijkt. Ook dit soort kwesties zijn regelmatig aan de orde bij het Gerecht.
Merken kunnen niet worden ingeschreven als ze in strijd zijn met de openbare orde of de goede zeden.
Soms kan een merk worden ingeschreven voor de vorm van een product of voor een geluid.
Modellen kunnen net als merken door intellectuele eigendomsrechten worden beschermd. Ook hierover heeft het Gerecht al uitspraak gedaan.
Intrinsiek gebrek aan onderscheidend vermogen
Soms hebben de tekens waarvoor een merk wordt aangevraagd geen „intrinsiek onderscheidend vermogen”. Dit kan het geval zijn wanneer het uit eenvoudige geometrische vormen bestaat, of heel algemeen is.
In 2024 heeft het Gerecht bijvoorbeeld de beslissing van het EUIPO bevestigd dat Chiquita Brands een eenvoudig blauw en geel ovaal niet kon inschrijven als een EU-merk voor vers fruit.

Het teken – eigenlijk de achtergrond van het logo van Chiquita zonder tekst – werd gezien als een eenvoudige geometrische figuur zonder „onderscheidend vermogen” (T‑426/23 Chiquita Brands).
Beschrijvende tekens
In 2017 wilde een Duits farmaceutisch bedrijf, Stada Arzneimittel, het woordteken „ViruProtect” inschrijven als EU-merk voor farmaceutische producten en geneesmiddelen. Het Gerecht was het eens met de beslissing van het EUIPO dat het „relevante publiek” – de mensen die een merk en de producten van dat merk hoogstwaarschijnlijk zouden tegenkomen – zou denken dat het „bescherming tegen virussen” betekende. Het merk was te „beschrijvend” voor de producten waarvoor Stada Arzneimittel het wilde inschrijven en kon dus niet worden ingeschreven (T‑487/18 Viruprotect).
Het Gerecht heeft ook geoordeeld dat de namen van twee vorstendommen alleen maar beschreven waar de producten of diensten vandaan kwamen of waar ze naartoe gingen. In 2015 en 2022 heeft het Gerecht beslist dat een woordmerk „MONACO” en een beeldmerk „Andorra” niet meer dan beschrijvingen waren. Deze merken konden dus niet als EU-merken worden ingeschreven (T‑197/13 MEM en T‑806/19 Govern d'Andorra/EUIPO).
Verwarringsgevaar
In 2011 wilde de Argentijnse voetballer Lionel Messi het merk „MESSI” laten inschrijven als een EU-merk voor sportartikelen en -kleding. Het EUIPO wees zijn aanvraag af. Het vond dat het merk kon worden verward met het bestaande merk „MASSI”, dat al ingeschreven was voor ongeveer dezelfde producten. Het Gerecht heeft deze beslissing in 2018 vernietigd. Het oordeelde dat Messi zo bekend was dat er geen verwarring tussen de twee merken zou ontstaan. De hogere rechter, het Hof van Justitie, bevestigde dit. Het Hof vond ook dat de vraag hoe een aanvrager bekendstaat, relevant is om te bepalen hoe mensen een merk zullen zien en of het verward kan worden met een ander merk. Volgens het Hof weet iedereen dat Messi een internationaal erkende voetballer is. Daarom mocht hij zijn naam inschrijven als een EU-merk (T‑554/14 MESSI en C‑474/18 P Messi Cuccittini).
In 2012 was het Gerecht het met het EUIPO eens dat „VIAGUARA” niet als EU-merk voor dranken kon worden ingeschreven. Er was namelijk al een merk ingeschreven met de naam VIAGRA. Volgens het Gerecht zijn dranken en geneesmiddelen wel verschillende producten, maar zou VIAGUARA oneerlijk voordeel kunnen halen uit de bekendheid van het merk VIAGRA. Een consument zou kunnen denken dat de dranken dezelfde eigenschappen hebben als het geneesmiddel (en dus libido opwekken) (T‑332/10 Viaguara).
Normaal gebruik en goede trouw
Een EU-merk moet „normaal worden gebruikt”. Dit betekent dat het actief moet worden gebruikt in de handel en niet alleen mag zijn ingeschreven om te voorkomen dat anderen het gebruiken.
De Ierse fastfoodketen Supermac’s en de Amerikaanse fastfoodketen McDonald’s waren verwikkeld in een geschil over het EU-merk „Big Mac”, dat sinds 1996 is ingeschreven voor McDonald’s. In 2017 verzocht Supermac’s om de inschrijving van dit merk voor bepaalde producten te laten vervallen. Het Gerecht stelde vast dat McDonald’s het merk „Big Mac” vijf jaar lang niet „normaal” had gebruikt voor gevogelteproducten zoals sandwiches met kip. Daarom raakte McDonald’s het EU-merk voor deze producten kwijt (T‑58/23 BIG MAC).
Een EU-merk moet ook „te goeder trouw” worden ingeschreven, dat wil zeggen met eerlijke bedoelingen. In 2013 werd het merk „NEYMAR” bij het EUIPO ingeschreven. De aanvrager, Carlos Moreira, had echter geen enkele band met de beroemde Braziliaanse voetballer Neymar da Silva Santos Júnior. Later heeft het EUIPO het merk op verzoek van Neymar nietig verklaard. Het Gerecht bevestigde deze beslissing. Het stelde vast dat Moreira te kwader trouw had gevraagd om dat merk in te schrijven. De argumenten van Moreira – dat hij niet wist dat Neymar zo bekend was toen hij de inschrijving aanvroeg en dat hij „gewoon toevallig” voor de naam „NEYMAR” had gekozen – konden het Gerecht niet overtuigen (T‑795/17 NEYMAR).
Openbare orde en goede zeden
In 2019 beoordeelde het Gerecht een merk dat bestond uit de woorden „Cannabis Store Amsterdam” tegen een achtergrond waarop marihuanabladeren te zien waren. Volgens het Gerecht had het EUIPO dit merk terecht geweigerd. Het zou klanten duidelijk laten denken aan cannabis, een drug die in veel EU-landen verboden is. Het merk werd afgewezen omdat het in strijd was met de „openbare orde” (T‑683/18 Sante Conte).
In 2024 was het Gerecht het met het EUIPO eens dat „Pablo Escobar” niet als EU-merk kon worden ingeschreven. Volgens het Gerecht had het EUIPO, rekening houdend met de banden die tussen Spanje en Colombia bestaan, terecht gekeken naar de indruk die het merk bij het Spaanse publiek zou wekken. Het Gerecht zei dat redelijke Spanjaarden, met een gemiddelde „gevoeligheids- en tolerantiedrempel”, bij deze naam zouden denken aan drugshandel, drugsterrorisme en misdaad, ook al is Escobar nooit strafrechtelijk veroordeeld (T‑255/23 Pablo Escobar).
Vormen en geluiden
Bij EU-merken gaat het niet alleen om woorden, tekens en logo’s. Ook vormen en geluiden kunnen worden beschermd.
In 1999 schreef het EUIPO voor Rubik’s Brand een driedimensionaal EU-merk in voor de vorm van een Rubiks kubus. Zeven jaar later wilde een Duitse speelgoedfabrikant dat merk nietig laten verklaren, omdat het een technische oplossing beschermde (het draaimechanisme van de kubus). Die zou niet door een merk, maar door een octrooi moeten worden beschermd. Na uitspraken van het Gerecht en het Hof van Justitie heeft het EUIPO de inschrijving van dit EU-merk in 2017 ongedaan gemaakt. Rubik’s Brand was het hier niet mee eens en startte een rechtszaak, maar het Gerecht bevestigde de beslissing. Het legde uit dat volgens het EU-merkenrecht vormen die essentieel zijn om een technische uitkomst te bereiken, niet als merk mogen worden ingeschreven. Het Gerecht zei dat de Rubiks kubus zonder zijn algemene vorm en zwarte lijnen niet naar behoren kan werken (T‑601/17 Rubik’s Brand).
In 2018 vroeg Ardagh Metal Beverage Holdings het EUIPO om een klankmerk als EU-merk in te schrijven voor verschillende dranken en metalen drankverpakkingen. Het ging om het geluid van het openen van een drankblikje, gevolgd door gebruis. Het EUIPO wees de aanvraag af, omdat het dit klankmerk niet „onderscheidend” vond. Dit was de allereerste uitspraak van het Gerecht over de inschrijving van een klankmerk in audioformaat. Het Gerecht bevestigde dat het klankmerk niet kon worden ingeschreven. Het zei dat het geluid vooral functioneel en technisch was, omdat het gewoon leek op geluiden die bij drank altijd ontstaan. Het kon daarom geen herkenbaar merk zijn (T‑668/19 Ardagh Metal Beverage Holdings).
Modellen
Ook modellen kunnen worden beschermd als een bijzondere vorm van intellectueel eigendomsrecht. Net als merken worden modellen ingeschreven bij het EUIPO.
Zo is het model voor de speelgoedstenen van Lego sinds 2010 in de Europese Unie beschermd. Na een verzoek van een Duits bedrijf, Delta Sport Handelskontor, bevestigde het EUIPO in 2022 dat de speelgoedsteen nog steeds beschermd was op basis van een speciale uitzondering in het EU-recht voor modulaire systemen, dat wil zeggen een set onderdelen die op diverse manieren in elkaar passen om verschillende dingen te maken. Het Gerecht was het hiermee eens. Delta Sport Handelskontor had volgens het Gerecht niet bewezen dat het model voor het legoblokje niet nieuw of uniek genoeg was om voor die uitzondering in aanmerking te komen. Het Gerecht oordeelde ook dat een model alleen nietig kan zijn als alle kenmerken ervan hun bescherming verliezen. De argumenten van Delta Sport Handelskontor gingen maar over één kenmerk (T‑537/22 Lego).
Conclusie
Al deze arresten laten zien dat het Gerecht een sleutelrol speelt bij het uitleggen van het merken- en modellenrecht van de EU. Met dergelijke belangrijke beslissingen brengt het Gerecht in het belang van consumenten én bedrijven een evenwicht tot stand tussen de bescherming van intellectuele eigendom en de bevordering van gezonde concurrentie.
